Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de buitengewone omstandigheden tijdens den Zuid-Afrikaanschen oodog, die Engeland erg toeschietelijk maakten. Met den Britschen gezant Lord Pauncefote sloot hij in 1902 het bekende Hay-Pauneefote-traktaat, waarbij wel is waar de vrijheid en gelijkheid van den toekomstigen waterweg voor ieder gewaarborgd bleven, maar alle bepalingen omtrent beheer en fortificatie vervielen. Hiermee verkregen dus de Vereenigde Staten de bevoegdheid, een kanaal te doen graven en in eigendom te bezitten; alleen bleven alle oorlogsdaden in en bij het kanaal verboden, blokkade inbegrepen.

Waar de Amerikaansche waterweg zou komen werd hierbij nog niet vastgesteld. Velen dachten aan een Nicaragua-kanaal, dat immers reeds zoo lang was uitgespeeld tegenover de onderneming van De Lesseps en waaraan zelfs reeds in 1889 door een Amerikaansche maatschappij begonnen was. Het plan hiertoe werd inderdaad weer met veel beweging opgezet, maar hoofdzakelijk als manoeuvre tegen de tweede Fransche Panama-kanaal-maatschappij, die indertijd den faillieten boedel van de eerste had overgenomen. Het resultaat was, dat deze maatschappij hare eigendommen tegen een behoorlijken prijs aan de Amerikaansche regeering afstond en dadelijk daarop werd bij de Spooner-bill van 1902 tot het graven (of liever voltooien) van het Panama-kanaal besloten. Hoe de republiek Columbia, die als souverein op de landengte wat héél veel voordeel uit de nieuwe concessie wilde slaan, daarna gedupeerd werd door Roosevelt en de zijnen, is algemeen bekend en valt hier buiten ons bestek. Het vormt niet de mooiste bladzijde uit de geschiedenis der Groote Republiek en gelijkt een averechtsche toepassing der Monroe-leer. Voor Engeland kon het niet aangenaam zijn, dat de Unie nu, behalve het kanaal zelf, nog een direct gebied aan beide oevers verkreeg. Maar het protesteerde niet. Het woeste doorhakken van den knoop door den „rough-rider" Roosevelt werd zelfs — behalve in Latijnsch Amerika — vergeten, toen men vernam, hoe kranig de Yankees de ontzaglijke moeilijkheden van bodem en klimaat en arbeidskrachten wisten te overwinnen.

129

Sluiten