Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo smakelijk gegeten als van dit eerste door mijne vrouw gebraden kipje.

Ik hoopte dien dag nog op mijn zendingspost te komen; maar het begon weder zoo hevig te regenen,-dat wij te Paggaran moesten overnachten. Zoo eindigde de vijfde dag.

Den volgenden morgen moesten wij een zeer steilen, en door den regen zeer gladden berg beklimmen. Toen wij er bovenop waren, zagen wij een bekenden Batta ons tegemoet komen, dragende aan een drie el langen stok een paar levende kippen en een schild, waarop met groote letters geschreven was:

üeschwister Van Assell im Noth! (broeder en zuster Van A. in nood!)

Ik had namelijk kort geleden een bode naar mijn collega Heine gezonden, met de boodschap, dat wij niets te eten hadden, en nu was dit zijn grappig antwoord.

Toen wij uit het gebergte in de vallei Pangaloan waren gekomen, kwam ons een andere Batta te gemoet en verwelkomde ons met Pisang; ofschoon die niet van de beste soort was, smaakte ze ons toch.

Wij gingen langs de rivier Batang Toroe (beneden rivier) tot tegenover de marktplaats, daar moesten wij naar den overkant, waar een menigte Batla's ons stonden op te wachten; want zij hadden wel eens blanke mannen, maar nooit blanke vrouwen gezien. — Toen mijne vrouw al die menschen zag, vroeg zij mij, wat dat beduide en vertelde ik haar, dat die haar kwamen verwelkomen in de vallei van Pangaloan. Zij vroeg verder: moeten wij dan de rivier over, hoe komen wij daar? er is geen brug, geen schuit of vlot. Ik antwoordde: 0, dat zal wel gaan.

Ik vroeg aan de twee ons begeleidende koningen, mijne vrouw naar den overkant te brengen. Zij weigerden eerst en zeiden : wij nemen die verantwoordelijkheid niet

Sluiten