Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eene zware proef voor mijne vrouw.

Ik preekte eens over Matth. 5 vs. 5 : Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen liet aardrijk beërven.

Daar de macht van den sterkste bij de Batta's geldig is, bestreed ik dien verkeerden levensregel, en wees hen op het onderscheid tusschen de kinderen Gods en die der wereld, ook wat de zachtmoedigheid en verdraagzaamheid aangaat.

Na de godsdienstoefening kwam Ama ni Holing niet in de school, maar Maandagmorgen 9 uur was hij reeds bij ons. Ik bevond mij in mijn studeerkamertje; mijne vrouw was in de woonkamer bezig mei naaien. Anders groette hij haar altijd beleefd, nu deed hij het niet, maar vroeg norsch : waar is Mijnheer? Mijne vrouw zeide : mijn man is in zijn studeerkamer, wilt gij hem spreken, dan zal ik hem roepen. Neen, zeide hij, dat is niet noodig, en zonder te wachten, dat mijne vrouw hem een stoel gaf, nam hij boven aan de leuning er een beet, sleepte dien met eene hand over den vloer en ging zitten. Mijne vrouw dacht : wat stelt hij zich vreemd aan, stond op, legde haar naaiwerk op haar stoel, ging naar het orgel en begon te spelen.

Ama ni Holing stond op, nam het naaiwerk van de stoel, wierp het op den grond, sleepte dien stoel op dezelfde wijze als den vorigen naar het orgel, ging zitten, lag zijn arm op het orgel en trad met een zijner bloote voeten op de japon mijner vrouw, stond weer op, ging naar de galerij, waar ons meisje aan het wasschen was van borden enz., en wierp den emmer met water om. Het meisje liep naar binnen, om het mijne vrouw te vertellen; hij volgde haar, nam het naaikistje mijner vrouw

Sluiten