Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo was het feest in vrede afgeloopen en ieder ging zijns weegs.

Niet alleen broeder Christiansen en ik verkondigden het Woord Gods, maar ook onze lieve Johannes. Hij bevestigde inzonderheid, hetgeen Salomo gezegd had van de geesten en goden en vermaande de heidenen liefderijk en dringend den God des hemels, die ons het leven, den adem en alle dingen geeft, met ons te dienen.

Hij besloot daarop de bijeenkomst met een innig dankgebed.

Salomo kwam dikwijls bij ons.

Eens zeide hij: Ik ben u zeker vaak een raadsel geweest, daar ik soms hielp in het verkondigen van het Evangelie, en soms u in alles tegensprak. Ik antwoordde: Ja, Salomo, dat is zoo. Toen gaf hij er de volgende verklaring van. Ik heb mij gevoegd naar de personen, die er bij waren. Indien deze niet verre meer waren van het koninkrijk Gods, dan hielp ik u, zoo deed ik b. v. als Johannes bij ons was. Waren er tegensprekers bij, dan sprak ik zoo lang tegen als ik kon. Dan moest gij u verdedigen. Ik wist wel, dat ik eindelijk toch moest zwijgen; maar ik deed het, opdat de anderen zouden denken: als hij ten slotte moet zwijgen, dan zullen wij maar niet beginnen met tegenspreken.

Tengevolge van eene zware leverziekte, werd ik zoo zwak, dat wij naar Europa moesten terugkeeren.

Wij reisden 29 Juni 187o van Pangaloan af. Salomo en vele anderen begeleidden ons tot de havenplaats Siboga. Wij moesten weder hetzelfde pad terug van onze bruiloftsreis. Salomo nam van het begin af aan het bevel op zich over de dragers mijner vrouw, wat zeer te stade kwam, want ik had het niet kunnen doen wegens mijne groote zwakte. Ik had zelf ondersteuning noodig. Daar

4

Sluiten