Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m ijne vrouw nu in eene hangmat gedragen werd, ging de reis vlugger.

Onze eerste reis duurde zes dagen, deze slechts drie. — Na in Siboga nog een paar dagen samen te zijn geweest, nam Salomo afscheid van ons en ging terug naar Pangaloan. Wij hoopten elkander na twee jaren gezond terug te zien; maar Hij, in wien wij leven, ons bewegen en zijn, had in Europa een ander werk voor mij en zoo hebben wij Salomo niet weder gezien; maar wij hopen hem eenmaal daar te ontmoeten, waar geen scheiden liefhebbende harten zal wonden.

Hij heeft later veel verdriet gehad. Zijn oudste zoon Jacobus werd zwaar ziek. Johannes schreef mij dikwijls over diens eenvoudig kinderlijk vertrouwen op God in die langdurige ziekte. In dien tijd is hij velen ten zegen geweest en is in het geloof ontslapen. Dat sterven was voor Salomo een zware slag ook om dat Jacobus zijn opvolger zou worden. Nu was 's vaders hoop op zijn tweeden zoon, den lieven, zeer begaafden Josia.

Salomo veroorloofde hem met andere Batta-jongelingen naar Java te gaan, oin in het Seminarie te Depok te studeeren. De getuigenissen van den directeur Hennemann waren altijd zeer gunstig. Josia leerde niet alleen zeer goed, maar ook zijn gedrag en karakter waren voorbeeldig. Men kon in alles merken, schreef Br. Hennemann, dat hij van koninklijk geslacht was. Helaas, Josia begon te hoesten, werd ziek, kon zijne studiën niet voltooien en ging een jaar te vroeg naar Pangaloan maar toch met het diploma van Meester.

Natuurlijk was het voor Salomo eene diepe smart, zijn zoon zoo terug te zien; maar beiden, vader en zoon sterkten zich in den Heer hunnen God. Josia hielp in school en getuigde van Zijnen Heiland overal, waar hij kwam.

Sluiten