Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik bad dikwijls met hem, zelfs nog één nnr voor zijn sterven.

Broeder Klijnstra schrijft : « Koning Salomo is in het » volle geloof ontslapen, steunende op de zoenverdiensten » van zijnen Heer en Heiland. Op inijne laatste vraag of » hij geheel en al op Jezus vertrouwde, was zijn antwoord: » Jezus, Jezus, niets als Jezus! » en dat een man, die tot » op ongeveer vijftigjarigen leeftijd, een kleed als zijn god » aanbad.

Zes Maart. 1899 ontsliep hij.

Radja Gading (Saul).

Over dezen goedhartigen, weinig begaafden man kan ik kort zijn.

In vergelijking met de andere Batta's was hij een tamelijk rijk man, maar wensclite toch nog rijker te worden, en vroeg een priester om raad. Deze zeide hem, dat hij eene koe aan zijn beschermgeest moest offeren. De Batta's gelooven, dat elk mensch veertien geesten heeft, zeven goede en zeven booze. De goede geesten kunnen evenwel ook boos worden. De voornaamste beschermgeest Tondi si Djongdjoeng, die op het hoofd zetelt en zoo zijn gunsteling beschermt, verlaat, als hij boos wordt, zijn beschermeling en dan is deze een verlatene en aan alle mogelijke onheilen blootgesteld. Daarom noemt geen heidensche Batta zijn naam zonder noodzaak en als hij het moet doen, voegt hij er altijd bij: met eerbied of met verlof van mijn beschermgeest!

De geraadpleegde priester zeide nog tot Badja Gading: indien gij dat offer brengt aan uw beschermgeest en hij u gunstig gezind is, dan moet gij spelen en dobbelen met

Sluiten