Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pangaloan, die ook bij dit sterven tegenwoordig was geweest, tot mij en zeidè : «Mijnheer ! Gij hebt ons dikwijls verteld, hoe blijmoedig kinderen Gods kunnen heengaan; ik heb u wel geloofd, maar kon er mij toch geene voorstelling van maken (de heiden vreest den dood als een spooksel); doch nu heb ik het gezien.

Saul, de goedhartige vader, was stil tot God ; maar de hartstochtelijke moeder was wanhopig. Troostwoorden hadden geen vat op haar ; vermaningen hielpen niet.

Ik zeide tot haar : Uw zoon is gelukkig, verlost van alle ellende, dat weet gij, en als gij nu met God blijft twisten, die uw kind heeft opgenomen in heerlijkheid, dan kan Jehovah u straffen.

Eenige dagen later werd het jongste zusje van Philippus ziek. Deze was in alles het evenbeeld van Philippus. Zij volgde steeds zijn voorbeeld na. De moeder murmureerde en twistte met God, die haar onrecht deed. Mijne vermaningen werkten niets uit.

Ook dat kind stierf. Nu was de wanhoop dier moeder grenzenloos. Zij weeklaagde dag en nacht. Wederom zeide ik tot haar: Buk voor Gods wil, vraag Hem om een stil, onderworpen hart. Doet gij dit niet, weet dan, dat Hij u nog erger kan bezoeken, om 11 nederig te maken, opdat gij Hem leert zwijgen. Het hielp niets.

Eenige dagen later werd hare oudste dochter ziek. Toen brak dat trotsche wederspannige moederhart.

Zij viel voor God in het stof, beleed Hem hare zonden, smeekte om genade en om de herstelling harer dochter, en de Vader van alle barmhartigheid, de God aller vertroosting, ontfermde zich harer en genas de zieke.

Wat zijn wij arme menschenkinderen toch ver afgedwaald van de paden des rechts en der waarheid! Wat zijn wij diep gezonken in zonde, ellende, nood en dood! Wat

Sluiten