Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen", zoo zeiden zij, „dat hoogst waarschijnlijk onze broeders op Taöean met de hunnen vermoord zijn. Mocht dit inderdaad zoo wezen, dan verzoeken wij hun plaats te mogen innemen". Dit bleek bij onderzoek niet noodig. Na het vertrek der vluchtelingen was plotseling de houding der inboorlingen veranderd. Zooals zoo menigmaal op allerlei Zendingsterreinen en niet het minst opNieuwGuinea, bleek ook nu weder dat het vertrouwen en de onverschrokkenheid der achterblijvenden den gewenschten invloed had geoefend.

Met het plaatsen van inlandsche leeraars werd nu krachtig voortgegaan, vooral nadat opnieuw een aantal leerlingen van het Seminarie te Lifoe zich beschikbaar hadden gesteld. Mac Farlane ging kort daarop naar Engeland, maar keerde van daar terug met een klein stoombootje; de Ellengowan, door zekere Miss Baxter voor het werk beschikbaar gesteld. Zendeling Murray, die reeds hoog bejaard was, verliet weldra den arbeid, maar Mac Farlane bleef dien leiden van uit Somerset, gelegen aan de punt van kaap York, het noordelijkste gedeelte van het vasteland van Australië.

Inmiddels was in het jaar 1873 de kust van het oostelijkste gedeelte van het eiland onderzocht door een Engelsch oorlogschip, onder bevel van Kapitein Moresby, naar wien het tot hoofdplaats van het protectoraat verheven PortMoresby is genoemd. Het bleek, dat dit oostelijk gedeelte zeer sterk bevolkt was, en het scheen, dat de inboorlingen aldaar met meer welwillendheid de Europeesche vreemdelingen tegemoet kwamen. Dit alles gaf Bestuurders van de London Missionary Socety aanleiding aan te dringen op uitbreiding van het zendingswerk naar het Oosten. Een gevolg daarvan was dat de later terecht beroemd geworden James Chalmers van Rarotonga naar Nieuw-Guinea

Sluiten