Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit, waarvan 5 gehuwd. Bij dezen sloten zich later nog twee anderen aan, en met dit tiental kwam hij in 1875, mede in gezelschap van zendeling W. Fletscher, aan op Neu-Lauenburg. De John Wesley verliet hen weldra, en hun bleef niet anders dan een klein zeilschip, dat slechts voor kustvaart te gebruiken was. Daarmede stak hij over naar Neu-Pommeren en Neu-Mecklenburg; de indruk, dien men van de daar wonende inboorlingen ontving, was buitengemeen ongunstig. Niettemin boden weldra ettelijken van de inlandsche helpers aan zich daar te vestigen. Naar beide eilanden werden twee inlandsche leeraars gezonden.

Merkwaardig is een preek den eersten tijd na de aankomst door een der Inlandsche leeraars van de Fidsji eilanden gehouden voor dat een hunner naar Neu Lauenburg afreisde. Sprekende van de moeilijkheden, waarmede de eerste geloofsgezanten op de Fidsji-eilanden te kampen hadden gehad, zeide hij: „gij zegt ongetwijfeld in uw hart: wat gaat ons dat aan? Wij leven ook in een heidensch land en hebben toch geen moeielijkheden. De lieden haten ons niet. Wij hebben genoeg te eten. Wij slapen iederen nacht in vrede. Wanneer hebben wij iets van haat bemerkt?

Nu zeg ik u: Wacht maar. De beurt komt ook aan ons, Gods woord blijkt waar te zijn. Wij zullen ook wel gehaat worden. Wacht slechts totdat gij hun taal kent, totdat gij deze lieden wegens hun zonden bestraft, totdat gij hen toe boete aanspoort, totdat gij hen wegens hun hoogmoed berispt, totdat gij hun het kruis van Christus predikt. Dan zal uw beurt ook wel komen".

Deze voorspelling zou weldra op treurige wijze in vervulling gaan. Op een zekeren dag zat Brown in zijn studeerkamer, toen plotseling een inboorling hem door het ven-

Sluiten