Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nis voor de zending van deze plantages ligt echter elders. Immers, de zendelingen hebben nu werkkrachten noodig, en dezen huren zij op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden, als de handelsondernemingen. Misschien mag ik de toestanden hier vergelijken bij die welke ik in Deli heb aanschouwd. Op de plantage's aldaar vindt men groote gebouwen voor de koelies. De ongehuwden onder hen wonen tezamen, voor de gehuwden zijn er afzonderlijke huisjes, die echter of zeer dicht bij elkander liggen, of aaneen zijn gebouwd op de wijze als in onze arbeiderswijken. Wie zich nu voorstelt dat een zendeling zulk een plantage aanlegt, en dat hij daarvoor van elders werkkrachten moet aanwerven, voor wie hij woningen moet bouwen; wie verder bedenkt dat deze arbeiders toch niet den geheelen dag kunnen werken, althans niet gedurende de avonduren, die zal zich licht kunnen voorstellen dat uit deze kolonies van plantage-arbeiders, die wel voor het meerendeel tot het jongere geslacht zullen hebben behoord, kostscholen zijn gegroeid. Ik sta niet in voor de juistheid van de vergelijking, maar wel voor het resultaat.

Niet altijd was het gemakkelijk de noodige koelies te krijgen voor de plantages, en dus ook leerlingen voor de kostscholen. Soms waren ernstige moeilijkheden te overwinnen, voornamelijk uit het wantrouwen der bevolking voortspruitende. Ten slotte evenwel kreeg men het zoo ver, dat zich meestal een grooter aantal aanmeldde dan geplaatst kon worden. Het resultaat was niet dadelijk bevredigend. De kost-leerlingen, d. w. z. de koelies, verbonden zich meestal voor een half jaar, of hoogstens voor een jaar en keerden dan naar hun dorpen terug. Geen hunner vroeg tijdens zijn verblijf in de kostschool om den Doop. Toch scheen wel dat het verblijf aldaar

Sluiten