Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nood en ziekte ontstaat, als er op eens 30,000 in handen van de Koerden vallen.

Menigmaal is het niets dan baldadigheid, waar de bevolking onder te lijden heeft. Is er bijv. ergens wat hooi opgestapeld, de Koerde steekt het in brand; hij berooft den landman, die een kleine oogst naar huis draagt, hij overvalt en plundert den reiziger, die door nood gedwongen zijn dorp verlaat. Vraagt gij mij nu „waarom doen de Koerden dat? — het i3 niet uit nood — groote schatten hebben zij in hun bergen verzameld — maar uit gewoonte. Het is sedert eeuwen hun leven, hun dagwerk, het eenige doel, dat zy kennen: anderen beroovenen zelf rijk worden. Dat de Turksche regeering daar (tot nog toe) geen verandering in kon brengen ligt ten deele daaraan, dat de Koerden niet alleen macht, maar ook geld hebben, en waar zy met het eerste hun doel soms niet kunnen bereiken, daar leggen zij met geschenken aan menigen ambtenaar het zwijgen op. Gaat nochthanseen Christen naar den rechter, dan belooft deze hem aan te toonen hoe hij zijn eigendom terug kan krijgen, indien hij hem eerst een zekere som gelds geeft; heeft hij >die met veel moeite samengebracht, dan wordt hij naar een ander gestuurd, die hem 't zelfde zegt; hy gaat van den een naar den ander zonder zijn doel te bereiken, verliest zijn geld en moet onverrichter zake terug keeren. Het is dus wel te begrijpen, dat de Christenen het opgegeven hebben zich onder deze omstandigheden tot de overheid te wenden, en ook, dat zij zooveel mogelijk daar zyn gaan wonen, waar de natuur zelf hen beschermt tegen overweldiging; want één man kan van uit de hoogte den nauwen weg bewaken, die tot een dorpje van rotswoningen leidt, en tien zijn voldoende om een rooverbende, die zich op zulk een bergpad waagt, tot den terugtocht te dwingen.

Sluiten