Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de keus gesteld den Mohammedaanschen godsdienst aan te nemen, en dan geheel vrij te zijn, of aan de willekeur der Koerden te worden prijs gegeven. „Wilt gij Mohammedaansch worden?" vraagt de aanvoerder. Geen antwoord. Reeds nemen de Koerden de geweren en leggen op haar aan. Daar vallen allen op de knieën en één roept luid: „O God, Gij leeft! Zoo gij wilt, kunt Gij ons wel redden. Wij verloochenen niet Uwen naam!" Op dit oogenblik van groote angst verschijnt op de hoogte een bataillon van het Turksche leger. De Koerden springen te paard en vluchten. De vrouwen zijn gered. Niet het minste leed was haar aangedaan; en hoe mogen zij gesterkt zgn in hun vertrouwen op God! Dat ook deze Mohammedanen, dit voorval, dat zoo luid getuigt van Gods almacht en trouw, tot nadenken zijn gebracht, is wel te verwachten.

Onderdrukking in handel en nijverheid.

Maar onze Nestorianen hebben niet slechts van gewelddaden te lijden; zij zuchten ook onder allerlei onrechtvaardigheden van Turksche handelaars. Daar ziet gij b. v. een Syriër, (zooals de Nestorianen zichzelf noemen) in de stad Urmia, die met eenleegen zak gekomen is, om voor eenige gezinnen in zijn dorp meel te koopen. Hij komt bij den meelhandelaar; maar deze heeft naast zijn meel een hoop zand, en voor de oogen van den kooper vult hij den halven zak met zand. Eindelijk komt er wat meel boven op. Als het op betalen aankomt vordert hij geen cent minder dan de zak vol meel waard zou zijn, want — handelt hij met een Christen, dan moet zijn geweten zwijgen.

Of daar is er één, die alles verloren heeft; zijn schapen zijn misschien door ziekte omgekomen, en alle voorraad

Sluiten