Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken.

Laat ons even hierbij stil staan; wat heeft het ons te zeggen? Heb ik u dit verteld enkel om uw medelijden op te wekken? Dan had ik u kunnen verhalen van mannen, die onder verschrikkelijke martelingen in afschuwelijke kerkers naar het eind van hun leven verlangden, geboeid, omdat zij met den besten wil de belasting niet konden opbrengen ... of van dien eenen, die na jaren lang gezworven te hebben als krankzinnige in een Berlflnsch hospitaal gestorven is; hij had niemand gevonden, die een oor - vooral een hart had voor zijnen nood en voor dien van zijn volk ... of van velen, die in uitersten nood tot de roomsche kerk overgingen, dan weer door deze in den steek gelaten, nauwelijks meer tot de Nesto. rianen kunnen gerekend worden, en nu ronddolen ver van hun vaderland — verstooten — verlaten — veracht . . . of van weduwen, wier zonen naar 't buitenland gingen om wat te verdienen, weduwen, die nu jaar in jaar uit weenen over hun verloren kinderen; want zij zijn niet teruggekeerd - zijn ze omgekomen? Zijn ze in onze beschaafde maatschappij bezweken voor de verleidingen, verbonden aan een cultuur die zy niet kenden ?

Neen! Hier hebben wij in drie personen een beeld van het lijden, waaronder sedert eeuwen een edel Christenvolkje gebukt gaat. Wij zien S. de K. overgeleverd in de handen der roovers, hulpbehoevend als een kind, gedurende de lange reis niet in staat zijn vrouw bij te staan — maar lijdende zonder te klagen, zich veilig voelende in Gods hand. Zoo machteloos zijn de Nestorianen niet alleen tegenover de gewelddaden van Turken en Koerden, maar ook tegenover de verlokkingen der roomsche kerk,

Sluiten