Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ters door weer en wind kunnen bereiken; is het 't eigendom van een Mohammedaan, dan zal hij de huur opslaan indien hij de christenen wil tegenwerken ... enz. Hoe Simon d. K. eens zijn wensch vervuld zag moge ten slotte hier volgen.

De onwetendheid der bevolking dreigde in een dorp ernstige gevolgen te hebben en 'tging hem bijzonder ter harte deze menschen voor zijn kerk te behouden. Eens verzamelde hij de bewoners en liet den Bijbel uit de kerk halen, één van die groote oude boeken met de hand geschreven en waarvan misschien nog een tiental te vinden zijn. Hij zat tusschen de dorpelingen Gods woord te lezen en te verklaren, toen onder zijn toehoorders een Koerde kwam te staan, uit 't gevolg van een Scheik, die in de buurt zijn tent had opgeslagen. Na eenige oogenblikken te hebben geluisterd ging deze heen, en meldde wat in 't dorp geschiedde. De Sheik liet S. de K. ter verantwoording roepen. Het was een zeer ernstig oogenblik; niemand dacht dat indien hy voor den Scheik verscheen, zy hem ooit zouden terug zien. Hy stond op, en vastberaden volgde hij den dienaar tot voor den Sheik. Het verhoor begint: — „Wat hebt gij gelezen?" — „Den Bijbel." — „Gij moet den Koran lezen; ik ben hier de baas. Waarom leest gij niet den Koran?" — „Omdat de Bijbel beter is," luidt kalm het antwoord. — „Onmiddellijk moet gij de waarheid van uw woorden bewijzen, anders zijt gy een kind des doods!" S. de K. haalt zijn Nieuw Testament te voorschyn, en voor den Sheik, omringd van zijn gewapende dienaars, begint hij in hun dialect: „Al ware het dat ik de talen der menschen en der engelen sprak en de liefde niet had.... en al ware het dat ik al het geloof had, zoodat ik bergen verzette en de liefde niet had "

enz. Waar het noodig is maakt hij de bedoeling duidelijk.

Sluiten