Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid van Simon de K elaita. In de eerste maanden trokken voordurend gewapende benden Koerden en Perzen plunderend en moordend in en om Urmia, waar de familie de Kelaita woonde. Wie maar verdacht werd een Christen te zijn werd vermoord, zelfs alle Amerikanen, Engelschen en Franschen vluchtten. In Januari 1915 kreeg S. d. K. van de Turksche overheid op zijn verzoek 14 gewapende Koerden tot bescherming van zijn woning, die 1/2 uur buiten de stad lag. Hierdoor werd hij in staat gesteld ongeveer 700 Syrische vluchtelingen te herbergen, die hij vervolgens onder begeleiding van zijn Koerden naar Urmia bracht, waar hij met zijn vrouw en kinderen bij een bevriend Mohammedaan reeds een tijdelijk onderkomen gevonden had. Toen hij die woning moest verlaten vond hij een groot leegstaand huis, dat weldra het toevluchtsoord werd voor vele dakloozen ' en zieken. Twintig families met een groot aantal kinderen werden daar opgenomen.

In de stad Urmia heerschten typhus en andere besmettelijke ziekten. Ook de kinderen van Simon kregen roodvonk en

typhus Einde Mei maakten de Russen zich van de

stad meester; S. d. K. werd met vele andere Christenen van vrouw en kinderen gescheiden en naar Salamis verbannen, waarheen later ook Elizabeth de Kelaita met andere Syrische vrouwen en kinderen vluchtten. In de eerste dagen van Augustus waren allen weer vereenigd.

Hier in Salamis troffen zij met den Patriarch samen en hoorden van hem het volgende: In de provincie Tyary zyn nog 160,000 Nestorianen, het laatste overolijfsel van dit zoo vreeselijk geteisterd volkje, zij zyn omringd van Koerden, die niemand laten ontkomen en hebben levensmiddelen voor hoogstens vier maanden. De Patriarch drong er op aan dat Simon de Kelaita zou trachten Duitschland te bereiken om hulp te vragen voor deze 160,000 Syriƫrs.

Sluiten