Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het jaar 1893 wa3 het aan de zendelingen Lett en Reitze gelukt vasten voet op de Westkust van Nias te krijgen, en zij haden daar het eerste station, Siromboe kunnen aanleggen. Korten tijd daarna had de bevolking, die een paar uur ten Zuiden van dezen post woonde, ook om een zendeling gevraagd. Of er dan zooveel belangstelling voor het Christendom was? Ach neen, niet in het minst. Het was iets heel anders, dat de menschen tot hun verzoek bracht. Nog eenige uren Zuidelijker, woonden de beruchtste koppensnellers van Nias, de wildste menschen, die men zich denken kan; echte woestelingen. Van deze moordenaars hadden de omliggende dorpen heel wat te verduren. Nu zag men het aan Siromboe, dat rust en vrede kwamen, wanneer een zendeling zich ergens vestigde. De Niassers, die rondom den blanke kwamen wonen en zich aansloten bij hem, waren bevrijd van de overvallen der gevreesde moordenaars. Uit hun midden durfden dezen geen koppen meer te rooven. Welnu, zij wenschten ook bevrijd te worden van den vijand; zij wilden ook in rust en vrede wonen. Niets was gemakkelijker dan dit. Men vroeg of ook in hun midden niet een blanke zou willen komen wonen. Zij zouden van hun kant tot hem komen; zij zouden komen leeren; zij zouden naar zijn woord luisteren; zij wilden hem volgen, want . . . dan durfden de koppensnellers niet meer komen. Geen spoor van een verlangen naar het Christendom. Natuurlijk niet, want het was

hun geheel en al onbekend.

Nu wachtten ze reeds drie jaar en zoo werd Kbumm aangewezen om zich onder deze menschen te vestigen. Met zendeling Seher van Siromboe begon hij dus de streek met nauwkeurigheid te onderzoeken en tevens uit te zien naar een geschikte plaats, waar hij zijn huis zou

Sluiten