Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen bouwen. Maar nu het zoover kwam, bleek het toch, dat de vestiging niet zoo gemakkelijk zou gaan als men wel gehoopt had. Er waren ook hoofden van dorpen, die tegen de aanwezigheid van een blanke waren. Eigenlijk waren zij de minsten niet. Zij waren het toch, die wat verder zagen dan de anderen. Zij wilden ook wel beschermiDg, rust en vrede, maar zij voorzagen, dat met het gevaar ook het heidendom, de godsdienst der vaderen, zou verdwijnen en dat met andere toestanden ook een andere godsdienst zou komen. Openhartig spraken zij het uit: „Als de Toea (zendeling) zoo dicht bij ons dorp gaat bouwen, dan kunnen we zijn klok hooren. Als dan de Christenen medicijnen gaan halen, doen wij het ook. De Toea geeft ze ons en maakt ons gezond. Daardoor zal hij ons overwinnen en zal ons allen Christenen maken. En dat willen we niet." Was het nu bij deze — laat mij zeggen — vriendelijke vijandschap gebleven, dan was het niet erg geweest en dan was spoedig de plaats voor den post uitgekozen, maar de houding der tegenstanders werd anders. De vijandschap werd grooter, men begon, zooals we dat overal en in alle tijden hebben gezien, leugens te vertellen over Krumm en zijn bedoelingen. Men strooide uit, dat hij de meisjes zou verkoopen; dat de volwassen mannen, die zich bij hem voegden, zouden worden weggezonden, enz. Daardoor werden er meerderen beangst en sloten zich bij de tegenstanders aan. Zoo werd ook de vijandige partij grooter en won aan invloed.

Keumm vond het niet gewenscht met de menschen te gaan strijden en besloot daarom eenvoudig naar een ander terrein om te zien. Dit werd gevonden op een tien minuten afstand van de eerste plaats, en zoo kon nu met bouwen begonnen worden. Met behulp van Christen-bouwlieden van Oost-Nias werd dan ook spoedig een aanvang

Sluiten