Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling van de zieken bij, die in immer grooter getale en uit steeds grooter kring tot heyi kwamen om bij hem genezing te zoeken. Op deze wijze won hij het vertrouwen van velen, die niet zoo aanstonds tot hem waren gekomen. Hiervan was weer het gevolg, dat steeds meerderen doop onderwijs begeerden. Wel mocht ik dus zeggen, datKRUMii handen vol werk had. Eigenlijk had hij op eens te veel te doen. Hij was er de man niet naar om werk ongedaan te laten, dat hij kon doen of om een gelegenheid, hem geboden, niet met beide handen aan te grijpen. Hij gaf zich geheel aan zijn werk. En daardoor deed hij te veel. 't Zal althans wel daaraan zijn toe te schrijven, dat hij in het laatst van het jaar 1898 voor zes weken ernstig krank op het ziekbed werd geworpen. Eenige weken tevoren was hij juist gehuwd, zoodat dit al een slecht begin was. Maar aan den anderen kant was het weer een zegen, dat nu zijn vrouw hem kon oppassen. Samen vonden ze in dezen tijd vriendelijke opname in het zendingshuis te Siromboe.

Gelukkig voor het werk mocht Krumm weder spoedig herstellen, zoodat hij in het begin van 1899, nu met zijn vrouw, terug kon keeren naar zijn post. Gelukkig voor het werk, dat eenigen tijd stil had gestaan. Gelukkig ook voor de bevolking. De menschen konden hem reeds niet meer missen. Wanneer hij weg was, staken de koppensnellers van het Zuiden het hoofd weer op. Zij zagen het zeer ongaarne, dat de blanke man zoo spoedig weer terug kwam. Zij gevoelden wel, dat hij de verklaarde vijand was van hun duistere praktijken en dat zij schade moesten lijden, naarmate de vreemdeling meer invloed kreeg op de bevolking. Zij begonnen daarom tegen hem samen te spannen en Krumh moest het herhaaldelijk ondervinden dat hij leefde in de nabijheid der «wilden». Op allerlei

Sluiten