Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den volgenden morgen moest men afscheid nemen. De menschen vroegen toch vooral een eigen zendeling te mogen ontvangen. Maar er was zelfs geen inlandsche helper, die er dadelijk gestationeerd kon worden. Het eenige, wat Keumm den lieden beloven kon was dit, dat hij zoo nu en dan zijn onderwijzer eens naar Lolowaoe zou zenden. Dit was een groote teleurstelling voor de menschen, maar het was niet minder jammer voor het werk. Men moet het ijzer smeden wanneer het heet is. Hier was het de goede tijd, het juiste oogenblik. En — hoe menigwerf gaat het in de zending aldus — nu waren er geen krachten om aan het werk te zetten. God zij gedankt, dat onze trouwe Heer onder zulk omstandigheden vaak zelf rechtstreeks ingrij pt, en dat Hij niet laat varen het werk Zijner handen, als menschen het niet opvatten Zoo ook hier. In dezen tijd, nu er nog zooveel kans was, dat deze eenvoudige heidenen, aan zich zelf overgelaten, tot hun oude levenswijze zouden terugkeeren, werkte God zelf aan hen door een droom. De voornaamste vrouw van Solag-o zag op een nacht in den droom een hemelsche verschijning, die haar en het geheele volk vermaande om toch naar Lahoesa te gaan en de hoekoe Lowalangi te volgen. Nu moet men weten, dat de Niassers, evenals vele andere volkeren, het grootste gewicht aan droomen hechten. Zoo ook hier. De vrouw wekte onmiddellijk Solago en vertelde hem wat zij gedroomd had, en deze vertelde het des morgens aan allen, die maar hooren wilden. Het gevolg was, dat allen zeiden: „Wij willen de hoekoe Lowalangi volgen." Zelfs nog buiten het dorp van Fadoli oefende deze droom zijn invloed. En het was noodig ook, dat er weer eens een nieuwe stoot werd gegeven aan de beweging, want er was werkelijk gevaar, dat deze verloopen zou. Er kwamen n. 1. zoo nu en dan heidensche

Sluiten