Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mannen zouden de trom slaan, zoodra des avonds de feestvierenden in huis waren. Dan zouden de anderen hun gastheer met zijn mannen aanvallen en hun het hoofd afslaan. Zoo geschiedde het. De trom maakte een oorverdoovend geraas en het geschreeuw der slachtoffers van dezen lagen en laffen overval werd overstemd door hetgeluid van de trom. Tien koppen werden gesneld. Daaronder die van het hoofd. Ze werden in een zak gedaan, en meegenomen, nadat men het huis nog geplunderd had. In den nacht wist men zich uit de voeten te maken en als helden werden zij door de hunnen begroet. Ter eere van dit groote heldenfeit richtte nu Siwahoemongo een groot feest aan. Maar de feestvreugde was niet van langen duur. Ze werden overvallen door inlandsche politiedienaren en 300 man uit het Maro'ogebied. De moordenaars wisten echter te ontvluchten, terwijl hun dorp in de asch werd gelegd.

Hiermede was de zaak echter nog niet uit. Natuurlijk zon Siwahoemongo op wraak en daartoe zocht hij hulp bij zijn neef Siwahoemola in Sarahili. Doch dit viel niet mee. Van hem kon, als eenmaal van Saulus. gezegd worden: „Ziet, hij bidt". Hij weigerde niet alleen den moordenaars hulp te verleenen, wat hij volgens de gewoonte van de Iraono Hoena verplicht was, maar hij wilde zijn neef zelfs niet in zijn huis hebben. Zoo werd deze gedwongen om in het bosch te blijven rondzwerven, zou hij niet in de handen van zijn vijanden vallen. Zelfs de regeering zond een commando soldaten uit om hem te zoeken, doch zij konden hem niet vangen. Ten langen leste wendde de Hollandsche regeeringsambtenaar zich tot Kkumm om diens hulp in te roepen. Deze zond een boodschap aan Siwahoemongo en noodigde hem uit ten zijnent te komen, hem daarbij de verzekering gevend, dat hem

Sluiten