Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUDSOPGAAF.

bladz-

INLEIDING v

EERSTE TIJDVAK. 1814—1843.

| HOOFDSTUK I. De benoembaarheid voor den Indisch en Dienst van 1814 1843.

Toestand voor 1825. — Eischen van benoembaarheid voor den lndischen dienst, gesteld in 1825. — Instelling van het radicaal. — Ambten waarvoor het radicaal niet geëischt werd. — Groot aantal aanvragen om het radicaal en maatregelen in verband daarmede genomen in Indië en in Nederland. — Regelen in acht te nemen- bij voordrachten voor het radicaal. — Advies van den Staatsraad i. b. d. J. C. Baod. — Antwoord van den Gouverneur-Generaal

de Eebeks. — Bijzondere eischen gesteld aan de ambtenaren bij liet Binnenlandse!] Bestuur. Europeesche opvoeding

taalkennis, omgang met Inlandsche Hoofden. — Examen af te leggen voor de toelating tol het Binnenlandsch Bestuur. — Gelegenheid om zich daarvoor te bekwamen eerst in lndië, later bij de Koninklijke academie te Delft, in'Nederland. 1

I HOOFDSTUK H. Maatregelen tot opleiding van ambtenaren en bevordering van de studie der Inlandsche talen van 1818—1843.

Aansporing tot taalstudie onder Janssens en na de overname van de Engelschen. — Advies van Dr. Reinwardt. — Aanschrijving van 1819; eisch van taalkennis gesteld aan besturende ambtenaren. — Elèves voor de Inlandsche talen. — Aanschrijvingen van 1826 en 1827. — Plan van den Heer Gebicke tot oprichting van een Instituut voor de Javaansche taal. — Gesteund door Mebküs en van Sevehhoveh. — Oprichting van het Instituut te Solo. — Reglement van 1832. — Tweeslachtig karakter van het Instituut. — Voorstellen tot wijziging. — Nieuw reglement van 1834. — Taalonderwijs en opleiding tot ambtenaar Binnenlandsch Bestuur. — Ongunstige resultaten van het Instituut. — Voorstellen ter voorziening in Indië van den Algemeenen Secretaris M'. Visscher en van D'. Fbitze. — Voorstellen gedaan in Nederland. — Denkbeelden van j. C. Baüd over de opleiding der Oost-Indische ambtenaren. — Oprichting eener Indische Afdeeling van de Delltsche Academie. — 1843: intrekking van het Instituut te Solo 11

TWEEDE TIJDVAK. 1843—1864.

HOOFDSTUK III. De bepalingen op het Radicaal van 1843—H54. iMli J

Overzicht van de regeling van 1842. — Grondslagen: wetenschappelijke opleiding, te voltooien in de praktijk. — Leerprogramma en daarbij gevolgde beginselen. — Verplichte opleiding in Nederland voor de hoogere rangen bij 'het Binnenlandsch Bestuur voor het eerst wettelijk geëischt. — Mindere eischen gesteld voor de lagere betrekkingen. — Beraadslaging over de vraag tot welke ambten de ambtenaren derde klasse toegelaten zouden kunnen worden. — Voorstel Mebkds om vooralsnog geen grenzen te stellen. — Last van den Minister Baud om ter zake alsnog voorstellen te doen. — Voorstel van den Gouverneur-Generaal Rochdsser om verschillende betrekkingen open te stellen voor de ambtenaren 3« klasse. — Beslissing van den Koning, toegelicht door den Minister Baud. — Toegang tot verschillende betrekkingen ontzegd aan in Indië opgeleide personen. — Ontevredenheid over de gemaakte bepalingen in Indië. — Demonstratie van Mei 1848. — Voorstel van Rochüssen tot wijziging der bepalingen. — Antwoord van den Minister a. i. Ruk. — Toezegging van nadere voorzieningen. — Uitzondering toegelaten op de bepalingen betreffende het radicaal. — Voorstel van den Raad'van Indië en Gouverneur-Generaal Rochüssen tol afschaffing van die bepalingen. — Bestrijding van dit voorstel door den oud-Minister Baud. — Beslissing van den Koning op voorstel van den Minister Pahcd overeenkomstig de inzichten van Badd. — Handhaving van het bestaande stelsel; — Afkeuring van pogingen om daarop inbreuk te maken 2?

HOOFDSTUK IV. Wordingsgeschiedenis van artikel 49 Regeeringsreglement en van deRefféiiné van 1864. b De Delftsche Academie besproken in de Tweede Kamer. — Behandeling van artikel 42 (later 49) van het Regeeringsreglement. — Strijd over de vraag of wetenschappelijke opleiding in Nederland al dan niet als eisch gesteld moet worden. — Oordeelvellingen over de Delftsche Academie. — Artikel 49 Regeeringsreglement aangenomen. — Beslaande stelsel voorloopig gehandhaafd doch uitzicht geopend op nadere regeling. — Maatregelen van den Minister Pahud om den toeloop naar de Delftsche Academie te vermeerderen. — Later ingetrokken. — Nieuwe wel op het middelbaar onderwijs van 2 Mei 1863. — Voorstellen tot regeling van: o. bet onderwijs in de Indische vakken; b. de benoembaarheid der ambtenaren (artikel 49 Regeeringsreglemeni). — Ontwerp van de Ministers Thobbecke en Fbansen vak de Potte tot oprichting eener Bpsinstelling voor Indische taal-, land- en volkenkunde. — Toelichting der Ministers en behandeling in de Volksvertegenwoi rdiging. — Door beide Kamers aangenomen en 10 Juni 1864 afgekondigd. — Begeling van de benoembaarheid der ambtenaren. — Ontwerp van den Minister Uhlehbeck. — Behandeling ia Indië geslaakt in verband met opheffing Delftsche Academie en Koninklijk Besluit 10 September 1864, geprovoceerd door den Minister Fransen van de Potte. — Beginselen van de nieuwe regeling... 46

DERDE TIJDVAK. 1864—1898.

HOOFDSTUK V. Het groot-ambtenaarsexamen tot 1883.

Beginselen van de regeling van 1864. — Inrichtingen voor Indisch onderwijs. — Reglement voor het groot-ambtenaarsexamen van den Minister Fbansbn van de Potte. — Beginselen daarbij gevolgd. — Rapport van de Nederlandsche examencommissie van 1867. — Wenschelijkheid van rechtskennis by de a. s. Oost-Indische ambtenaren. — Gedachlenwisseling in Indië over liet examenprogramma. — Voorstellen van de Indische examencommissie.

Rapport van den Minister van Bosse. — Voorstellen van den Raad van Indië. — Betoog van den Minister van Bosse dat geen inbreuk mag gemaakt worden op de beginselen van 1864. — Koninklijk Besluit van 23 Juni 1871 n". 27, * van 30 Oclober 1872 n\ 21. — Opheffing Rijksinstelling Leiden en oprichting leerstoelen aan de Hoogeschool aldaar, —

Sluiten