Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

MAATREGELEN TOT OPLEIDING VAN AMBTENAREN EN BEVORDERING VAN DE STUDIE DER INLANDSCHE TALEN TOT 1843.

Aansporing tot taalstudie onder Janssens en na de overname van de Engelschen. — Advies van Dr. Reinwardt. — Aanschrijving van 1819; eisch van taalkennis gesteld aan besturende ambtenaren. — Eleves voor de Inlandsche talen. — Aanschrijvingen van 1826 en 1827. — Plan van den Heer Gericke tot oprichting van een Instituut voor de Javaansche taal. — Gesteund door Merkus en van Sevenhoven. rr Oprichting van het Instituut te Solo. — Reglement van 1832. — Tweeslachtig karakter van het Instituut. — Voorstellen tot wijziging. — Nieuw reglement van 1834. — Taalonderwijs en opleiding tot ambtenaar Binnenlandsch Bestuur. — Ongunstige resultaten van het Instituut—Voorstellen ter voorziening in Indië van den Algemeenen Secretaris m> Vissen er en van Dr. Fritze. — Voorstellen gedaan in Nederland. — Denkbeelden van J. C. Baud over de opleiding der Oost-Indische ambtenaren. Oprichting eener Indische Afdeeling aan de Delftsche Academie. — 1843: intrekking van het Instituut te Solo.

De noodzakelijkheid van de kennis der landstalen voor de besturende ambtenaren deed zich gevoelen van af het oogenblik dat het beheer over de Oost-Indische bezittingen van de Oost-Indische Compagnie was overgegaan op het Opperbestuur in Nederland.

Maatregelen tot bevordering van taalstudie onder Janssens. Reeds de Gouverneur-Generaal Janssens bepaalde in 1811 dat

aan elk der residenten van Soerakarta en Djocjakarta, Europeesche jongelingen zouden worden toegevoegd die zich, onder de benaming élèves voor het civiel, moesten oefenen in den omgang met jeugdige Javanen van vorstelijken bloede en trachten moesten zich de landstaal eigen te maken en de zeden en gewoonten van het land te leeren kennen (').

Na de overname van onze bezittingen van het Engelsch tusschen bes tuur vestigde Muntinghe in zijn rapport van 1817 de aandacht op de gebrekkige kennis der landstalen bij de Europeesche ambtenaren (2) en achtten Commissarissen-Generaal het noodig maatregelen te treffen welke in deze leemte zouden voorzien.

Een door den Directeur Reinwardt samengesteld ontwerp voor eene school voor het onderwijs in de Javaansche taal kwam niet tot uitvoering, daar aanvankelijk besloten werd aan de in 1818 te Semarang opgerichte militaire school gelegenheid te geven tot plaatsing van zes jongelingen, geen vaste élèves zijnde, ten einde onderwezen te worden in de Javaansche taal (3).

Maatregelen van den Gouverneur-Generaal van der Tegelijkertijd nam de Gouverneur-Generaal van der Capbuen Ca peil en gestrengere maatregelen ter bevordering van de taalkennis

onder de bestuursambtenaren en bepaalde hij de resolutie van 25 Maart 1819 n*. 3 (*), waarbij eene grondige kennis van de landstaal een onontbeerlijk vereischte genoemd werd voor eene behoorlijke vervulling van vele ambten:

(*) Van Deventer Landelijk Stelsel, II: 41.

(•) A. b. DL 1: 338, 341.

(') Besluit 8 September 1818 n°. 15 (Staatsblad n°. 62).

(*) Indisch Staatsblad n°. 34.

Sluiten