Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

advies door moest zenden aan den Gouverneur-Generaal (').

Tweeslachtig karakter van het Instituut Uit een en ander is gebleken dat het Instituut te Solo

van den aanvang af een tweeslachtig karakter droeg. Het initiatief tot oprichting was uitgegaan van het Nederlandscli Bijbelgenootschap en de Directeur van het Instituut werd dan ook door dat Genootschap bezoldigd. Overigens was de oprichting echter mogelijk gemaakt door den steun van de Regeering, die in het Instituut eene gelegenheid zag om de taalkennis zijner ambtenaren te bevorderen en in de behoefte aan translateurs te voorzien.

Voorstellen van den Meer Gericke tot wijziging en llit- Al spoedig begon de Heer Gericke te gevoelen hoe moeilijk hreidint) van het Instituut. / hot was de belangen zoowel van het Instituut als van het

/ Bijbelgenootschap nauwgezet te behartigen en ook in verband met andere moeilijkheden wendde hij zich tot den Gouverneur Generaal ad interim J. C. Baud om diens belangstelling voor het Instituut op te wekken en deed tevens een voorstel I om daaraan meerdere uitbreiding te geven (2).

De Heer Baud stelde veel belang in deze inrichting en I gaf hiervan blijk door op zijn reis over Java in 1834 het Instituut te Solo te bezoeken en daarbij de élèves persoonlijk te ondervragen (s).

De overweging van de door den Heer Gericke gedane voorstellen tot uitbreiding van het Instituut werd opgedragen aan eene commissie (4) welke bij hare .beoordeeling van de geschiktheid tot plaatsing der élèves moest uitgaan van het beginsel f6) »dat wel is waar geen volkomen kennis der »Javaansche taal gevorderd wordt om de élèves tot plaatsing • te doen in aanmerking komen, maar dat het een volstrekt •vereischte zou moeten zijn dat de élèves zich over allerlei •dagelijksche onderwerpen zoo mondeling als schriftelijk op •eene verstaanbare wijze zullen kunnen uitdrukken, zullende •degenen die het nog niet zoover hebben gebracht een •nieuwe cursus moeten doorloopen of bij gebleken onvatbaarheid ontslagen worden".

Uit de naar aanleiding van deze opdracht gevoerde gedachten wisseling blijkt dat de Heer Gericke, in verband met ondervonden moeilijkheden bij de leiding van het Instituut en met het oog op zijne verplichtingen tegenover het Bijbelgenootschap niet langer met de leiding van het Instituut belast wenschte te blijven, maar wel bereid was les te blijven V,, geven in het Javaansch. Het voortbestaan van het Instituut

op den oorspronkelijken voet was daardoor onmogelijk geworden en nu er toch verandering in gebracht moest worden werd besloten dit te doen in den vorm van eene hervorming van het Instituut tot eene Inrichting waar onderwijs gegeven werd in verschillende vakken voor den aanstaanden ambtenaar van belang.

(') Het personeel bestond buiten den Directeur uit 2 Javaansche onderwijzers, twee schrijvers en eenig minder personeel. De kosten werden geraamd op f 2500.— in eens voor aankoop van meubilair en f 1550.— 'smaands voor huishuur, onderwijzend en ander personeel, voeding en toelage der élèves, verlichting, schrijfbehoeften enz.

Bij alles was de meest mogelijke zuinigheid betracht en de Heer Gbrickk had zelfs voorgesteld een deel van de huishuur voor rekening van het Bijbelgenootschap te nemen, waarin echter niet getreden werd.

(') Rapport van 12 April 1834. — Zie Bijlage C hierachter — waarin tevens verschillende bijzonderheden vermeld zijn omtrent den gang van zaken in het Instituut sinds de oprichting.

(s) Aanteekening van het voorgevallene bij gelegenheid van het bezoek door Z. E. den Gouverneur-Generaal ad interim afgelegd in het Javaansch Instituut te Soerakarta op 16 Juni 1834, in Resol. 18 Juni 1834 n°. 2.

(*) Bestaande uit den Resident Valck, den Generaal Cochius, den Assistent-Resident van den Berg en den Heer Gericke.

(') Resolutie 18 Juni 1834 n*. 2.

Sluiten