Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tww

Behoud van de bepaling dat in sommige radicaal toegekend kon worden.

Toelichting van den Minister Baud.

Streven om wetenschappelijke belangstelling (s tenaren op te wekken.

Doel van de nieuwe regeling: Theoretische opleiding in Nederland, practische vorming in Indië.

te zijn. Voor de ambtenaren eerste klasse stonden alle 1 ambten open.

Nader overleg met den Gouverneur-Generaal zou plaats hebben omtrent de vraag welke ambten .opengesteld konden I worden voor de ambtenaren derde klasse. Voorloopig werd 1 bepaald dat bij benoemingen tot ambten waarvoor kennis 1 van taal-, land- en volkenkunde geëischt werd, de ambtenaren 1 eerste en tweede klasse de voorkeur zouden genieten. Zij 1 die tot ambtenaar derde klasse benoemd wenschten te worden, 1 moesten een bewijs overleggen dat zij bet lager- en middelbaar I onderwijs met lof hadden doorloopen. gevallen het Voorts werd den Gouverneur-Generaal de bevoegdheid gegeven om personen »in Indië aanwezig en zich onderscheidende I door goed gedrag en bekwaamheid" voor ambtenaar der l9t% 2de 0f 3de klasse voor te dragen. Zoolang deze personen niet door den Koning tot ambtenaar waren benoemd zou del Gouverneur-Generaal hen niet mogen aanstellen tot ambten met eene bezoldiging van meer dan f 400.— 's maands.

Elk jaar in de maand Januari zou de Gouverneur-Generaal aan den Minister van Koloniën opgeven hoeveel ambtenaren | in Indiè benoodigd waren en op deze behoefte zou de voor- I dracht aan den Koning tot benoeming van Oost-Indische ambtenaren gebaseerd worden.

Als overgangsbepaling werd voorgeschreven dat als ambtenaar lste of 2de klasse zouden worden beschouwd al degenen | die reeds in het bezit waren van het radicaal van Oost- I Indisch ambtenaar en diegenen die voor 1 Juli 1843 in J Indië aangekomen, door den Gouverneur-Generaal alsnog op goede gronden voor het radicaal voorgedragen zouden worden, 1

Bij de ministerieele dépêche van 20 December 1842 Lelt. A n°. 7/734 (') werden deze bepalingen door den Minister, j Baud nader toegelicht en verklaard waarom het noodig ge-^ acht was aan de opleiding der Oost-Indische ambtenaren }; eene meer wetenschappelijke richting te geven.

Het zijn niet blotehjk taalstudiën — zoo schreef de Heer Baud — die ik op het oog heb, hoezeer zij dan ook uit den aard der zaak steeds| eene voorname plaats in het opleidingswerk zullen moeten bekleeden,! maar men zal ook van den toekomstigen ambtenaar te Delft vergen een| stelselmatigen cursus over de wetten, herkomsten, instellingen en zeden! der voornaamste volkstammen tot het Nederlandsch gebied in India behoorende. Een der hoofdgebreken van ons tegenwoordig stelsel isj dat daaruit bij de meeste Indische ambtenaren ontstaat onkunde van-enj geringschatting voor dit alles, van daar niet alleen gestadige onopzette-f lijke inbreuken op de volksinsteüingen, maar ook aanhoudende opzettelijk! pogingen om dezelve aan kortzigtige begrippen, aan toevallige conveniénj tién en vooral aan regeer- en bemoeizucht op te offeren. De Indische! ambtenaar, zal hij geschikt worden voor zijne gewigtige roeping, moeti in Indië aanlanden met den gevestigden indruk, dat men, op den duur, niet straffeloos de aloude instellingen en gewoonten eens volks kan aan-| randen, dat daartoe meer magt zou worden gevorderd dan wij tot dusver hebben ten toon gespreid, en dat eene zoodanige aanranding, behalvej onstaatkundig, ook onregtvaardig is. De bevestiging der tevredenheidf van de Inlandsche bevolking door het zooveel mogelijk ongeschonden! laten van hare instellingen, ziedaar wat hij vroegtijdig moet leeren be-i schouwen als middel en als doel. Hij moet de zucht hebben om dj .„n.„;„^oii;n™n nn Hb nlaats te hestudeeren. Daarom is het wen-j

aiuuue vuib.3iiioi.o.u..b*,.. «r — r ... .

u scheliik, hem die studie niet slechts uit het oogpunt vau ambtelqke verpUg4 bij de amd- ^ maar Qok yan welenschavpelyke belangstelling te doen beschouwend

en dit nu zal vooral het streven moeten zijn, zoowei vuu ucu ^ 6« —rv-« — , len worden om het Delfsche onderwijs te besturen, als van degene die na-| derhand zullen moeten zorgen dat het gestrooide zaad goede vruchten drage.

Hot was pr.hter volstrekt de bedoeliuR niet van den Heer

Baud dat met deze theoretische opleiding zou worden volstaan. Zijne verwachting was .dat de hier te lande te •volgen studiën die noodwendig zullen moeten zijn van eenenl .theorelischen aard, na de aankomst der ambtenaren in IndiA

.praktisch zullen worden voortgezet. (M In besluit 3 Juni 1843 n». 25.

Sluiten