Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beginselen gevolgd bij de vaststelling van hef leerprogramma te Delft.

Voorbereiding voor den werkkring van Oost-Indisch ambtenaar.

Werkkring van den Oost-lndischen ambtenaar.

land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië, het Mahommedaansch recht en de Inlandsche wetten. Zij die zich bekwamen wilden voor ambtenaar 2de klasse zouden onderwezen worden in diezelfde vakken en bovendien in de Fransche, Engelsche en Duitsche letterkunde, stelkunst, meetkunst, platte en bolvormige driehoeksmeting, landmeten en waterpassen, cosmographie, geologie, natuur- en scheikunde, natuurlijke historie, bouwkunde, aardrijkskunde, maatschappelijke huishoudkunde, boekhouden en handteekenen.

De cursus voor de a. s. ambtenaren l8tc klasse zou 2, die voor de ambtenaren 2de klasse, 4 jaren duren.

Welke beginselen gevolgd waren bij de vaststelling van dit leerprogramma voor a. s. Oost-Indische ambtenaren blijkt uit de Toelichting op het Voorloopig programma der studiën aan de Academie, vastgesteld door den Directeur der Academie (').

Daarin leest men het volgende:

•Het vaststellen van een programma voor de opleiding tot Oost-Indische ambtenaren, had zijne eigenaardige bezwaren, omdat die studiën ter voorbereiding moeten dienen voor de vaak uiteenloopende ambtsbezigheden, waartoe deze ambtenaren kunnen worden geroepen. Men kon dus niet anders dan hieraan eene algemeene strekking geven, met vrijlating echter om, naar keuze, enkele bijzondere vakken le beoefenen. Ten einde hierbij zoo veel mogelijk een geregelden gedachtenloop te volgen, heeft men geoordeeld dat het de beste weg zou zijn, zich in den toestand te verplaatsen van iemand, die het voornemen heelt opgevat om een vreemd land te bezoeken, ten einde zich aldaar, in zekeren werkkring, niet alleen een middel van bestaan te verschaffen, maar die tevens wil trachten, door kennis en wetenschap, het door hem beoefende vak tot meerdere volmaking te brengen.

Voor den zoodanigen zal het hoofdzaak zijn, zich de kennis eigen te maken van de algemeen gebruikelijke taal, de zeden en gewoonten der bevolking en den geopraphischen toestand van dat land, als de nood zakelijke voorbereiding om zich aldaar met gemak te kunnen bewegen; gelijktijdig zal hij zich moeten toeleggen op de grondige kennis van zijn vak en tevens de wezenlijke grondslagen dienen te leggen.om eenmaal aan deszelfs vooruitgang het zijne te kunnen toebrengen.

Met het oog op den werkkring van den Indischen ambtenaar zal men zich dus moeten afvragen: 1». welke voorbereiding heeft men hiertoe noodig? 2«. waarin bestaat deze werkkring?

3«. welke wetenschappelijke kennis kan hierbij in het vervolg van tijd

te stade komen, om dit vak hooger op te voeren?

Het eerste, zoo als hiervoren reeds is opgemerkt, ligt voor de hand: de kennis van taal, land en volk; maar welke taal? ontegenzeggelijk de algemeene, die welke door geheelen Archipel gesproken wordt, de taal van het dagelijksche verkeer, die door alle beschaafden in den lande wordt verstaan; het gewone Maleisch. Welk gedeelte van het land en welk volk? Zonder twijfel den geheelen Nederlandsch-IndischenArchipel met zijne verscheidenheid van bewoners. Zal men hiermede nu kunnen volstaan? Niet volkomen, want men dient zich ook te wapenen op de aanraking met menschen van ons eigen ras uit verschillen oorden afkomstig; en hiertoe kan het Fransch en het Engelsch, als talen van algemeene beschaving, en vooral de laatste als de wereldtaal, zoodra men het vaste land van Europa heeft verlaten, niet gemist worden. Men behoort zich alzoo te kunnen uitdrukken in de Fransche, Engelsche en Maleische talen, en toegerust tè wezen met voldoende kennis van land en volk om zich in dal land en onder dat volk overal te kunnen bewegen.

Waarin de werkzaamheden van den Oost-lndischen ambtenaar bestaan, schijnt minder gemakkelijk aan te geven, omdat, zooals gezegd is, de van hem gevergde diensten zoo uileenloopend zijn, dat men bij de beoordeebng van de meest belangrijke, waarop men voornamelijk zijne aandacht hebbe te vestigen, een groot verschil in zienswijze zal ontwaren. Bij de bestaande onmogelijkheid om bij de opleiding aan deze Akademie alles te omvatten, wat in de ambtelijke loopbaan kan voorkomen, zal men dus eene keuze moeten doen en hierbij vooral in aanmerking nemen die verrigtingen, welke een gemengd wetenschappelijk practische vorming vereischen; immers moeten wij de beoefening der zuivere

(') Koninklijk Besluit houdende vaststeüing van het Reglement voor de Koninklijke Academie te Delft benevens het voorloopig programma der studiën en toelichting door den Directeur der Akademie, '* Gravenhagc Gebrs. Belikfakte 1861.

Sluiten