Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden echter naar 's Raads meening de moeilijkheden slechts verplaatst worden. Gunstbetoon zou niet te vermijden zijn bij de beoordeeling van de vraag wie al dan niet tot de uitzonderingen zouden behooren en tegenover enkele bevoorrechten zou een groot aantal ontevredenen staan die zich miskend zouden achten.

En dezelfde bezwaren zouden zich voordoen bij de toepassing in de praktijk van het denkbeeld tot toekenning van tegemoetkoming aan hen die ter opleiding naar Nederland zouden worden gezonden. »Vall die gunst aan weinigen «ten deel", zoo schreef de Raad, «dan is het oogmerk niet «te bereiken; wordt zij op velen toegepast dan zullen de «uitgaven drukkend zijn voor's Lands kas, terwijl de maatregel «in allen gevalle onvoldoende blijft". Voorstel van den Raad van Indië om de plaatsing, be- De Raad achtte bet daarom beter om te bepalen dat uit | vordering enz. der ambtenaren aan de Indische Regeering Nederland geen andere ambtenaren zouden worden uitgezonden over te laten dan die welke van het Delftsche diploma waren voorzien

Ien daaraan zekere voorrechten zouden ontleenen, maar dat overigens, met intrekking van alle bestaande bepalingen op het radicaal, de plaatsing en bevordering der Indische ambtenaren aan de Indische Regeering zou worden overgelaten. Wenschelijkheid eener op militaire wijze ingerichte opleiding. Voorts zou het aanbeveling verdienen de Delftsche inrichting te schoeien op den leest van bet Instituut voor de

IMarine te Medemblik of van de Militaire Academie te Breda. Van de afschaffing van het radicaal en de misstanden die daardoor in 't leven waren geroepen verwachtte de Raad groote verbeteringen. Wel is waar bleven ook thans velen door mindere bekwaamheid verstoken van bevordering tot de hoogere rangen, maar zij waren ten minste niet bepaaldelijk uitgesloten.

Denkbeeldig gewicht in Indië aan het radicaal gehecht. «Het denkbeeld, de naam, zal hier bij een goed deel der

«menigte meer afdoen dan het wezenlijk genot van de

I«bepaling. Aan het radicaal is bij vele der Europeesche «bewoners in Indië en de met hen gelijkgestelde personen, «als het ware een weisbegrip verbonden, zoodanig dat hij «die het radicaal niet bezit of vreest het nimmer te zullen «verwerven, door zich zelve of door anderen beschouwd wordt ■als eenen verworpeling, onwaardig of ongeschikt om in de «voordeelen der maatschappij te deelen". Voorstellen van den Raad van Indië tot wijziging van de Dit denkbeeldig doch ontmoedigend en vernederend werl bepalingen op het radicaal. kende bezwaar wenschte de Raad met wortel en tak uitge¬

roeid te zien. Eenige bepalingen daartoe strekkende werden daarom den Gouverneur-Generaal aangeboden. Daarbij werd vastgehouden aan het beginsel dat voor de hoogere betrekkingen, alsmede voor die welke bestemd waren voor het besturen der Inheemsche bevolking, alleen in aanmerking zouden komen in Nederland opgevoede personen, alsmede zonen van gewezen koloniale ambtenaren of officieren, doch overigens werd ook voor anderen de gelegenheid geopend om zich aan den Indischen dienst te verbinden en daarin op te klimmen.

Ondersteund door den Gouverneur-Generaal Rochüssen. De Gouverneur-Generaal Rochussbn vereenigde zich, beVoorstel om af te zien van verplichte opleiding in houdens een eukel punt, geheel met 's Raads beschouwingen Nederland. en deelde als slotsom zijner overwegingen mede: «dat eene

«wetenschappelijke en voor de dienst doelmatige opleiding «aan de Akademie te Delft als beginsel moet aangehouden, «aangemoedigd en bevorderd worden door bepalingen en «positieve, in de toepassing nuttige en mogelijke voorregten, «doch dal voor het overige het Indisch Bestuur aan geene «bepalingen betreffende de eerste benoeming en bevordering «van ambtenaren moet gebonden zijn". Bestrijding der Indische voorstellen door den oud-Minister De inmiddels opgetreden Minister van Koloniën Pahot Baud stelde den brief van den Gouverneur-Generaal en de Nota

van den Raad van Indië in handen van den oud-Minister

11

Sluiten