Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het doel van de nieuwe instelling niet uitsluitend opleiding van ambtenaren maar het geven van wetenschappelijk onderwijs in Indische vakken aan allen die daaraan behoefte hebben.

Standpunt der Regeling nader toegelicht.

Doel van het ontwerp:

I. Bevordering van degelijke studie van Indie in 'talgemeen.

2. Opleiding van Indische ambtenaren.

De Indische ambtenaren moeten in volle mate vertegen¬

woordigers der Europeesche beschaving zijn, vooral ter verzekering van ons overwicht bij de Inlandsche bevolking.

tcnaar. Natuurlijk zouden de a. s. Oost-Indische ambtenaren desverlangd ook kunnen profiteeren van het onderwijs aan de op te richten instelling, maar dit zou niet het doel van die instelling moeten zijn; dit doel was te voorzien in de behoefte aan een algemeen, wetenschappelijk, van alle eenzijdige africhtingen onafhankelijk onderwijs in de koloniale wetenschap, welke behoefte door een ieder werd erkend.

Voorts werden in het uitvoerig Voorloopig Verslag verschiUende andere punten ter sprake gebracht waarover men

nadere inlichtingen wenschte en waarover in den boezem der Kamer verschil van gevoelen bestond.

Een en ander gaf den Ministers Thorbecke en Fransen van de Potte aanleiding om het standpunt der Regeering in de Memorie van Antwoord meer uitvoerig toe te lichten. Daarin leest men o. a. het volgende:

• De opheffing der Delftsche Akademie, voor zooveel hel technisch onderwijs aangaat — het gevolg van de stichting der Polytechnische school, door die wet voorgeschreven, — maakt voorziening in'het Indisch onderwijs, tot dusverre aan die akademie gehecht, onmisbaar. Daarbij heeft die wet, met de urgentie van zoodanige voorziening, een toestand doen geboren worden, die op den aard der nieuwe regeling van beslissenden invloed moet zijn.

Het middelbaar onderwijs der hoogere burgerscholen was in Nederland vóór de invoering der wet van 2 Mei 1863 naauwelijks bekend. Gelegenheid, om door openbaar onderwijs intellectuele krachten te doen ontwikkelen, in die rigting en in die mate, welke de hedendaagsche maatschappij eischt, werd buiten de akademiën en albenaea niet gegeven.

Nu zij, volgens de bepalingen dier wet en blijkens hetgeen hare uitvoering thans reeds doet verwachten, op vele plaatsen zal ontstaan, kan hel Indische onderwy's, zoo als het te Delft bestond, sedert lang door de meest bevoegde oordeelaars onvoldoende geacht, bij de nieuwe regeling zoowel met algemeen middelbaar als met hooger onderwijs in een ander en naauwer verband komen.

Aldus wordt tweeërlei doel bereikt: 1«. de studie van Indië wordt op breeder voet gebragt, en 2». het belangrijk vraagstuk der opleiding van toekomstige Indische ambtenaren komt eindelijk tot een eenvoudige oplossing.

Ad 1. Degelijke studie van Indië is. — het wordt in het verslag met zooveel juistheid gezegd — onvereenigbaar met schoolsche banden en afrigting tot bepaalde dienstverrigtingen. Het moet niet enkel ambtenaars-opleiding zijn, maar algemeen onderwijs van Indische wetenschap, ten meeste nutte tevens van aanstaande ambtenaren. Zoodanig onderwijs, waarbij een helder begrip van Indische natuur en historie, van Indischen volksaard, Indische wetten, gebruiken en toestanden meer geldt dan vaardigheid van het geheugen, onderstelt bij hen, die het zullen genieten, algemeene kennis van natuurkundige en sociale wetenschappen, in den omvang en zamenhang door den vollen leerkring eener hoogere burgerschool aangeduid. Het middelbaar onderwijs verschaft deze algemeene kundigheden aan hen, die zich niet voor een geleerden stand bestemmen, en levert alzoo voor eene andere klasse van jongelieden, dan van hen die het hooger onderwijs zoeken, den grondslag waaraan het Indisch onderwijs moet sluiten. Wat dit Indisch onderwijs behoort te zijn, is in het wetsontwerp uitgedrukt. Te regt is door vele leden opgemerkt, dat de Regering iets anders en meer bedoelt, dan het stelsel van opleiding van Indische ambtenaren tot nu toe gevolgd. Intusschen, het is niet de nieuwheid, gelijk sommigen meenden, die weêrhouden heeft> door vele bijzondere bepalingen te binden. Datgene wat nieuw is in het wetsontwerp, de vestiging van Indisch onderwijs ten dienste van aUen, is in weinige hoofdtrekken te omschrgven, en meer dan hoofdtrekken, zoo daarin alles vervat is, heeft de wet niet te geven.

Ad 2. Opleiding van hen, die zich voor Indië bestemmen, heeft twee hoofddeelen, een, om het dus te noemen, Westersch, middelbaar of hooger, en een bijzonder Indisch onderwijs. Dit laatste nu zal, zoo het zich, gelijk boven werd gezegd, ten doel stelt een helder begrip van de Nederlandsch-Indische wereld te ontwikkelen, en daartoe een volledig program tol grondslag heeft, juist voor den aanstaanden ambtenaar, wiens deugdelijke voorbereiding eenen waarborg in de Rijksinstelling moet vinden, meer praktische vruchten dragen, dan eene uitsluitende kweekschool voor een bepaalden werkkring zou kunnen schenken. Onze ambtenaren in Indië moeten in volle male vertegenwoordigers der Europeesche beschaving zijn, en inzonderheid als zoodanig ons overwigt bij de Inlandsche bevolking verzekeren,

Het karakter der Rijksinstelling brengt, overeenkomstig den wil van

Sluiten