Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedetailleerde kennis van land en volk voor verschillende betrekkingen niet noodig.

Rapport van de Nederlandsche examen-commissie van 1866.

De voorbereidende studie scherp af te scheiden van de vakstudie.

Geen africhting, doch aanbrengen van een wetenschappelijken

Vraag van Minister Hasselmanof grondig weten niet werd opgeofferd aan veel weten.

Wenschelijkheid van rechtskennis bij de a. s. Oost-Indische ambtenaren.

«ambtenaar geroepen kan worden zijne functiën nit te oefenen, «moge schier even noodzakelijk schijnen als de wetenschap «op welke wijze het bestuur over dat volk wordt uitgeoefend, «hieruit volgt alleen dat land- en volkenkunde teregt onder «de verpligte vakken is opgenomen, doch het dieper indringen «in de zeden en gewoonten der verschillende volksstammen, «die in den Indischen Archipel worden aangetroffen, is voor «de behoorlijke vervulling van een aantal ambtsbetrekkingen »in Nederlandsch-Indië geen onmisbaar vereischte".

Voorts stelde de Raad van State voor om hen, die een goed examen in het Javaansch hadden afgelegd, bij voorkeur op Java te plaatsen.

Andere bezwaren tegen de bestaande regeling werden aangevoerd door de commissie, die in 1866 het groot-ambtenaarsexamen in Nederland had afgenomen. In haar rapport van 18 Januari 1867 n°. 68 wees deze commissie er op dat de voorbereidende studie (algemeene ontwikkeling) niet scherp genoeg was afgescheiden van de vakstudie en dat het z. g. examen A minder zwaar was dan het eindexamen Hoogere Burgerschool. Zij wenschte daarom dit eindexamen verplichtend gesteld en ook in Indië gelegenheid gegeven te zien om dat af te leggen.

Wat het examen B betreft, dit mocht niet uitgestrekt worden tot speciale kundigheden die slechts in bepaalde ambten geëischt werden. De bedoeling van het onderwijs in de Indische wetenschappen was het mededeelen van eene grondige kennis in die vakken maar geenszins het africhten tot den een of anderen ambtelijken dienst. Het eindexamen in die vakken moest dus ook van een wetenschappelijken geest doortrokken zijn; de speciale vakkennis zou gemakkelijk verkregen kunnen worden, indien de algemeene opleiding op een ruime schaal had plaats gehad. Ook om deze redenen wenschte de commissie de examens in boekhouden en landmeten afgeschaft te zien.

De inmiddels opgetreden Minister Hasselmak wenschte omtrent de door zijn ambtsvoorganger, den Raad van State en de examen commissie gedane voorstellen tot wijziging van de regeling van 1864 het gevoelen te vernemen van de Indische Regeering, maar wees in zijne daarover handelende dépêche (') er op dat reeds in 1868 aan deze Regeering was geschreven dat bij plaatsing der candidaten in Indië rekening gehouden moest worden met de vakken, waarin zij examen hadden afgelegd.

Tevens verzocht de Minister in kennis te worden gesteld met het oordeel der Indische Regeering omtrent het gehalte der uitgezondenen onder de nieuwe regeling, t «Wel heeft het besluit nog te kort gewerkt" zoo schreef deze Minister, «om daarover reeds een juist door genoeg«zame ondervinding gestaafd oordeel te kunnen vellen. Maar «het komt mij niettemin voor dat toch wel reeds eeniger«mate moet kunnen worden beoordeeld of het grondig weten «thans niet wat veel wordt opgeofferd aan het veel weten", i Voorts achtte deze Minister het wenschelijk om van de a. s. Oost-Indische ambtenaren meer bekendheid te vorderen met het recht, inzonderheid van de bepalingen betreffende de rechtspleging onder de Inlanders en haar geest, doel en strekking, in verband waarmede dan ook reeds besloten was aan de Leidscbe instelling les te doen geven in dit vak.

Naar aanleiding van een en ander droeg de GouverneurGeneraal Mijer aan de betrokken autoriteiten op te adviseeren over de verschillende in het Koninklijk besluit van 10 Sep-

(') Ministerieele dépêche 30 October 1867 n». 19/1341 in Besluit 1868 n°. 3.

Sluiten