Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervallen zou, naar het oordeel van den Minister, niet leiden Studie van andere talen dan Javaansch en Maleisch mag tot bevordering van de studie van hel Javaansch, terwijl niet verwaarloosd worden. de sludie van alle andere (alen geheel verwaarloosd zou

worden. De Regeering nu moest in Indië kunnen beschikken over veelzijdig ontwikkelde ambtenaren en daaronder ook over een beperkt getal, die eenigermale met de minder beoefende volkstalen bekend waren of althans zoodanige grondslagen hadden gelegd dat zij de kennis eener degelijke taal zonder veel moeite konden verwerveu. Afzonderlijke examens voor bureau-ambtenaren niet ge- Met het denkbeeld van afzonderlijke examens voor bureauwenscht. ambtenaren kon de Minister zich geenszins vereenigen.

Vooreerst achtte hij bel geenszins noodig dal alle commiezen de algemeene keunis bezitten zonder welke men het grootambtenaarsexamen niet kan afleggen; zoodanige kennis was alleen noodig voor die commiezen welke ander werk dan routinewerk doen en bestemd zijn om tol de hoogere betrekkingen bij de bureaux op le klimmen. Natuurlijk moesten zij van die algemeene kennis reeds blijk hebben gegeveu voordat zij op de bureaux geplaatst werden en niet eerst daarvan kennis geven voordat zij naar de hoogere betrekkingen dingen.

• Uit een en ander vloeit voort" :— zoo vervolgde de Minister, — »en dit is ook kennelijk de bedoeling der verordening van 1864, dat men twee categoriën van mindere ambtenaren bij de bureaux moet hebben, namelijk een zeker aantal met het diploma van hel klein-anibtenaarsexamen gewapenden, die niel bestemd ziju lol de hoogere rangen op le klimmen, en een zeker aantal diè hel groot-ambtenaarsexamen hebben afgelegd, waaruit de hoogere ambtenaren moeten voortkomen. Heeft men nu in Indië getracht de bedoelde tweede categorie van ambtenaren te verkrijgen P Hetgeen in de stukken voorkomt, geeft op die vraag geen jjevreJigend antwoord. Wel is waar vermeldt de Directeur van Financiën dat in 1871 een zeker aantal geëxamineerden werden aangevraagd, met het doel om hen in de bureaux le plaatsen, maar hij zegt er bij, dal deze ambtenaren spoedig overgingen bij hel binnenlandsch bestuur. Li"t de verklaring van dil verschijnsel niel daarin, dat die geëxamineerden zich in hunne positie belemmerd zagen door de niel-geëxaniineerde ambtenaren tusschen welke de chefs geen baan voor hen openhielden? Ma Er moet meer moeite gedaan worden om de geëxamineerden 1871 schijnl men zich in 'igeheel geene moeite meer gegeven te hebben VOOr de bureaus te Winnen. om geëxamineerdeu voor de plaatsen van commies te krijgen, en dat

zij zich daarvoor niel dikwijls hebben aangemeld, is vermoedelijk weder toe te schrijven aan de geringe gelegenheid dié hun aangeboden werd om tusschen den overvloed van niet-geëxamineerden door eene behoorlijke carrière te maken.

Ik acht hel dus voor een groot deel te wijten aan de verkeerde toepassing die ten deze aan de voorschrdlen van 1864 gegeven is, dat men in Indië moeielijkheden ondervindt, waaraan men thans door allerlei hulpmiddelen wil ontsnappen. Die middelen schijnen mij ook op zich zelve niet aannemelijk. Door de bureau-ambtenaren als zoodanig lolhetgroolamblenaars-examen toe te laten, zou men de veikeerde neiging der Indische ouders bestendigen, om hunne zonen naar een bureau le zenden vóór dat zij voldoend onderwijs hebben genoten; en werkt men het misbruik in de baud, dat jonge ambtenaren, > wegens ziekte" verlof bekomen ten einde hier te lande voor het groot-amblenaarsexamen te kunnen studeren. De weglating van de betrekking van hoofdcommies uit den staal van ambten gevoegd bij hel besluit van 1864, zou eenvoudig den bestaanden toestand doen voortduren, dat geëxamineerden voor de bureaux niet te krijgen, ol althans daarbij met te houden zyn, omdat eene behoorlijke promotie hun door de niet-geëxamineerden belet wordt; terwijl men in het vervolg bij de vervulling der betrekking van referendaris op dezelfde bezwaren zou sluiten, die men thans bij de vervulling der betrekking van hooldcoinmies ondervindt.

Dok het middel door den vorigen Gouverneur-Generaal aangegeven, om een speciaal examen te doen afleggen voor eene reeks van betrekkingen, aanvangende met die van hoofdcommies, acht ik geheel onaannemelijk; en ik zou het geenszins in het belang van de Indische dienst achten indien zijne opvatting omtrent de eischen die men aan bureauambtenaren stellen moet, zegevierde.

Door een speciaal bureau-examen te eischen reageert men ofschoon oP den voorgrond wordt gesteld, dat men het stelsel der

■ |" . | ioca bestaande bepalingen niet verlangt aan te tasten, wordt toch inderdaad

tegen de beginselen van I8b4. tegen hel Aer verordening van 1864 gereageerd, wanneer men

aanneemt, dat voor de bedoelde -betrekkingen volstaan kan worden met een examen, dat ten hoogste geschiktheid voor een specialen werkkring,

Sluiten