Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Advies van den Heer van der C h ij s.

De tegenwoordige opleiding der ambtenaren is onvoldoende, eenzijdig en gebrekkig.

Groot onderscheid tusschen verschillende volkstammen.

»der hoofdbeginselen van het in Indië geldend strafrecht, «gepaard met inkrimping der leerstof, voor zooverre de «land- en volkenkunde en het Mahomedaansche recht betreft. «Verplichting voor den leeraar in het Burgerlijk en slraf* recht om het gewoonterecht der bevolking van Indië te «onderwijzen, voor zooverre dit kan gekend worden uit de «vele op Sumatra aanwezige Oendang Oendangs en uit de «Javaansche thans bestaande wetten (Nawolo Pradoto, Anger »ageng, enz.)

»C. Vrije studie. Geene invoering van overgangsexamens «aan de instellingen. Wijziging van het examenprogramma.

«Verdeeling van Nederlandsch-Iniiè in groote deelen naar «taal en zeden.

«Plaatsing der ambtenaren in eene dier deelen.

«Opgave door den Slaat van het jaarlijks voor Sumatra, »Borneo, Celebes of Java benoodigd aantal ambtenaren. Keuze «der leerlingen binnen de grenzen door den Staat bepaald «van ééne der aldaar gesproken talen. Verwerping van bet «stelsel van opeenstapeling der talen bij het examen. Geene «benoeming tot President van den Landraad of Assistent»Resident dan na het afleggen van een examen in de «spreektaal van het administratief gebied, waar binnen men «geplaatst wordt.

«Behoud van den tweejarigen cursus".

In een afzonderlijk bij het rapport van het College van Curatoren gevoegd advies betoogde de Heer van der Chus dat de hoofdoorzaak van het gebrekkige gehalte der OostIndische ambtenaren hierin was gelegen, dat alle dezelfde opleiding ontvingen, onverschillig waar zij later werkzaam zouden zijn. Het advies van den Héér van der Chus luidde als volgt:

•Wanneer men de kwestie: eene rijks- of twee stedelijke inrichtingen, wenscht te behandelen, dan moet m»n, naar mijn inzien, niet uitgaan van de vraag, hoe eene of meer dier inrichtingen behooren ingericht te worden, maar dan moet men beginnen met de zaak van een hooger, algemeener standpunt te beschouwen.

Dan is in de eerste plaats de vraag: hoe moeten ambtenaren, bestemd voor een zoo uitgebreid, uit zoovele en velerlei bestanddeelen zamengesleld gebied, als het complex van landen, dat men gewoon is NederlandschIndië te noemen, voorbereid worden?

Dat de tegenwoordige vorming dier ambtenaren onvoldoende, eenzijdig en gebrekkig is, zulks meen ik als eene door de ervaring meer dan genoeg bewezene stelling te mogen aannemen. >Aux grands maux les grands remèdes".

Zoolang de Regeering niet doet, wat in Britsch-Indië gedaan is, namelijk haar gebied in groote, zooveel mogelijk op den aard, de taal, enz. der daarin wonende volkeren gebaseerde deelen verdeelt en tevens bepaalt dat, behoudens hoogst zeldzame gevallen, de beginnende ambtenaar, die in één dier deelen geplaatst wordt, dat deel niet verlaat, zoolang hij in dienst blijft, zoolang zal elke vorm van opleiding der voor den Indischen dienst bestemde personen gebrekkig zijn en blijven; en zoolang zal men in Indië met een groot aantal halfbakken ambtenaren blijven sukkelen.

Zelf heb ik zulks op treurige wijze moeten ondervinden, nadat men mij tot inspecteur van het inlandsen onderwijs — liefst voor geheel Nederlandsch-Indië — had benoemd.

Ruim 13 jaren heb ik als zoodanig nagenoeg aRe deelen van Nederlandsch-Indië doorkruist, meer dan anderen heb ik door den aard mijner betrekking in allerlei negorijen en -uithoeken moeten doordringen; en het resultaat mijner bevindingen is o. a., dat tusschen een Ralak en een Amboinees geen kleiner verschil bestaal dan b. v. tusschen een Frieschen boer en een Spanjaard; dat het dientengevolge onzin is geheel Nedertandsch-Indië volgens ééne wet te willen regeeren, aRe voor NederlandschIndië bestemde adspirant-amblenaren op ééne wijze op te leiden.

De ambtenaar te Sipirok moet heel wat anders weten dan de ambtenaar op Saparoea; en beiden behoeven niets te weten van veel, wat voor hunne collega's op Java onmisbaar is.

De groote onderdeelen van het enorme gebied, Nederlandsch-Indië gehceten — het ware te wenschen, dat om dit gebied te noemen niet ééne, maar verscheidene namen noodig waren, dan zoude de colossale omvang beter uitkomen, — die onderdeelen zijn even zoovele studievolken,

Sluiten