Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Begrooting van kosten door den Heer van der Kemp te hoog opgevoerd.

in Indië laten de leeraren zich de studeerenden.

meer gelegen liggen aan

terwijl ter voorbereiding voor zoo'n tal van andere betrekkingen Nederland de eenige toevlucht blijft, meen ik deze le moeten stellen: waarom de gelegenheid tot het afleggen van examens, o. a. voor officier, ambtenaar bij het' Radaster, onderwijzer, enz. in Indië dan ook niet opgeheven? Voor dezen geldt hetzelfde.

§ 4. De begrooting van opleidingskosten te Batavia, door mijn ambtgenoot onder deze paragraaf ontworpen is m. i. opgevoerd. . Zij kan slechts gelden voor de hoogst enkele studeerende jongelieden van zeer gegoeden stand.

Alle anderen zien naar andere veel minder kostbare gelegenheden uit, die te Batavia in overvloed te vinden zyn.

Eene begrooting niet te karig en voor hen meer met de werkelijkheid overeenstemmende, is de volgende:

kost en inwoning f 50.—

kleeding. ■ 10.—

schoolgeld en transport 25.—

zakgeld > 10.—

leermiddelen (deze zyn voor de beide jaren van studie nagenoeg dezelfde) , » 5.—

Totaal / 100.—

Voor zeer velen onder de laatste categorie kan dit cijfer door de aanwezigheid van familieleden of goede vrienden te Batavia tot een geringer bedrag worden teruggebracht. De voor huisvesting en voeding betaald wordende som vertegenwoordigt dan niet meer eene volledige vergoeding plus de winst, maar krijgt geheel het karakter van een bijdrage, en niets meer, voor de kosten der huishouding.

Men plaatse hiernaast eene zoo krap mogelijk genomen begrooting van studiekosten in Nederland:

kost, inwoning, brandstof, verlichting f 1000.—

kleeding > 175.—

leermiddelen > 60.—

collegegelden > 200.—

zakgeld ■ 180.—

transport • 60.—

Totaal f 1675.—

'sjaars of nagenoeg f 40.— 'smaands.

Wanneer de studeerende zich als lid van het studentencorps laat inschrijven, is een veel hooger bedrag noodig. Mef minder dan f 2000.— 'sjaars komt hij dan niet toe.

De toelage, die mijn ambtgenoot aan een in Nederland studeerende wenscht te doen toekennen, bedraagt ongeveer ƒ 67.— 's maands. Welk geldelijk voordeel zullen nu de niet te Batavia wonende ouders van den maatregel hebben?

In Nederland studeerende kost een jongen f 140.—

Te Batavia studeerende > 100.—

De ouders betalen meer. 40.—

De toelage bedraagt » 67.—

Verschil.. / 27.—

De ouders zullen dus f 27.— 's maands minder te betalen hebben,

dan wanneer de jongen te Batavia studeert. Is deze «student" dan zal de geringe som van ƒ 1.— van de vergoeding

overschieten.

Zijn de ouders te Batavia aanwezig, — en in dat geval de kosten van huisvesting en voeding op f 30.— 's maands stellende, — dan zullen de laatstbedoelde twee cyfers zjjn f 7.— en f 19.— 's maands.

Hieruit ziet men dat het twijfelachtig is, dat door de ouders niet meer zal moeten worden uitgegeven. De door mij aangegeven begrootingen toch zijn krap genomen. Van «zeer gebaat zijn" van buiten afwonenden kan zeker geen sprake zijn, te minder waar een gewichtiger factor dan het geringe geldelijke belang voor een studie le Batavia spreekt.

Om dit duidelijk te maken wensch ik hier eene opmerking in te vlechten, welke in de door mij betrachte volgorde eigenlijk in de vorige paragraaf hare plaats had moeten vinden. Zij raakt de slotzinsnede van die paragraaf: «Ook gaat veel van de waarde, gelegen in de ouderlijke •leiding, verloren, wanneer men bedenkt, dat dan toch slechts voor een •klein deel der jongelieden te Batavia studeerende, hun ouders aldaar •wonen". Behalve dat, — waarop zooeven is gewezen, — de kans om de zorg voor den studeerende aan eenige familiebetrekkingen of een goeden vriend te kunnen opdragen te Batavia veel grooter is dan in Nederland, en dat de jongeling, te Batavia in opleiding, voor de ouders, in persoon dan wel door correspondentie doorgaans, gemakkelijker te bereiken is; is het een feit, dat de leeraren hier zich meer aan hem gelegen laten liggen, ook buiten het college, en dat ook kunnen, met het oog op het betrekkelijk klein getal der hier studeerenden. De betrekking van den studeerende tot den leeraar wordt hier dan ook beter

Sluiten