Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onzen Minister van Koloniën bepaald het aantal personen voor de Indische dienst, in Nederland, ter beschikking te stellen van den Gouverneur-Generaal, om te worden benoemd tot ambten en bedieningen, waaraan bezoldigingen van f 150.— 'smaands en daarboven zijn verbonden.

De voorwaarden en verpligtingen aan de beschikbaarstelling verbonden, worden door Ons vastgesteld, op voordragt van Onzen Minister van Koloniën.

Artikel 9.

Twee maanden vóór het afnemen van het examen worden belanghebbenden daartoe opgeroepen, in Nederland in de Staatscourant, in Nederlandsch-Indië in de Javasche Courant, bij twee malen te herhalen aankondigingen, telkens met bekendmaking der voorwaarden en van de programmen der af te leggen examens.

De examens worden in het openbaar afgelegd.

Aan de aspiranten, die een voldoend examen afleggen, wordt een diploma uitgereikt. De diplomata vermelden in welke vakken de aspiranten meer bijzonder, en of zij voldoend, dan wel uitstekend hebben voldaan.

Artikel 10.

Bij mededinging worden de meest bekwame aspiranten benoemd of ter beschikking van den GouverneurGeneraal gesteld.

Een diploma van afgelegd examen geldt slechts om benoemd of ter beschikking van den Gouverneur-Generaal gesteld te worden voor het jaar waarin het examen is afgelegd, tenzij een volgend jaar geene concurrenten tot een genoegzaam aantal zich voordoen.

Artikel 11.

Wanneer geen genoegzaam aantal aspiranten zich tol het mededingen voordoet, worden door Ons, op voordragt van Onzen Minister van Koloniën, bijzondere voorwaarden vastgesteld ter opleiding van aspiranten voor de dienslvakken, waarby behoefte aan ambtenaren blijkt te bestaan.

De aldus op te leiden aspiranten worden aan een vergelijkend examen onderworpen vóór dat zij het genot bekomen van deze bijzondere voorwaarden.

Twee maanden vóór het afnemen van hel vergelijkend examen worden de belanghebbenden daartoe opgeroepen in de Staatscourant, bij twee malen te herhalen aankondigingen, telkens met bekendmaking der voorwaarden en van de programmen van het af te leggen examen.

Artikel 12.

De aspiranten in artikel 11 aangeduid worden, na volbragte studiën en voldoend afgelegd examen, buiten mededinging, ter beschikking van den Gouverneur-Generaal gesteld om te worden benoemd lot ambten of bedieningen voor welker vervulling zij zijn opgeleid.

Artikel 13.

De benoeming van ambtenaren tot ambten en bedieningen aan welke hoogere dan de hun reeds toegekende bezoldigingen of rangen zijn verbonden, geschiedt, met opvolging, wanneer noodig, van artikel 28 /' van het reglement op het beleid der regering van Nederlandsch-Indië, bij voorkeur van dienstijver, bekwaamheid en geschiktheid.

Ouderdom van rang wordt slechts in aanmerkiug genomen, wanneer de eerstgenoemde vereischten gelijk staan.

Artikel 14.

Vreemdelingen kunnen slechts tot hoogere ambten en bedieningen worden benoemd, nadat zij de hoedanigheid van Nederlander hebben verkregen.

Aan de, bij bel in werking treden van dit besluit, lot de burgerlijke dienst in Nederlandsch-Indië behoorende personen, die geen Nederlanders zijn, wordt een tijdvak vergund:

a. indien zij in Nederlandsch-Indië aanwezig zijn, ten minste van één jaar, en

b. indien zij zich in Europa bevinden, ten minste van vier maanden;

in beide gevallen te rekenen van het tijdstip waarop zij, volgens de wet van 28 Juli 1850 (Staatsblad n°. 44) bevoegd zijn voor naturalisatie in aanmerking te komen om, in het eerste geval aan den Gouverneur-Generaal, en in het laatste geval, aan den Minister van Koloniën te doen toekomen een aan den Koning gerigt verzoekschrift om naturalisatie, voorzien van de wettelijke vereischte bewijsstukken.

De ambtenaren die in verzuim blijven, vóór het verstrijken van het hun vergunde lijdvak van beraad, hel vereischte verzoekschrift om naturalisatie in te dienen, of aan wie de hoedanigheid van Nederlander op eerste aanvrage niet mogt kunnen worden verleend, worden gerekend, tot aan bet verkrijgen van die hoedanigheid, voorwaardelijk te hebben afgezien van het bekleeden van hoogere ambten of bedieningen.

De Gouverneur-Generaal kan, in overeenstemming met den Raad van Nederlandsch-Indië, dispensatie verleenen van het bepaalde in het eerste lid in de navolgende gevallen:

a. wanneer het in het tweede lid bedoelde verzoekschrift om naturalisatie, builen de schuld van den belanghebbende, niet tijdig is ingediend;

Sluiten