Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 21.

De bij het in werking treden van Ons tegenwoordig besluit in studie zijnde kweekelingen aan de Koninklijke Akademie le Delft, worden na het verkrijgen van het diploma van een voldoend afgelegd eindexamen als ambtenaar der l8,e of 2de klasse zonder het afleggen van een nader examen, naar gelang der behoefte, door Onzen Minister van Koloniën gesteld ter beschikking van den Gouverneur-Generaal, om benoemd te worden tot ambten en bedieningen waaraan bezoldigingen van f 180.— 'smaands en daarboven zijn verbonden.

De aspiranten die thans onder genot van bijzondere voorwaarden, buiten de Koninklijke Akademie worden opgeleid voor eenig speciaal dienstvak in Indië, worden, na volbragte studiën en voldoend afgelegd examen, buiten mededinging, ter beschikking gesteld van den Gouverneur-Generaal om te worden benoemd tot ambten of bedieningen voor welker vervulling zij zijn opgeleid.

Artikel 22.

Bij het in werking treden van dit besluit, worden de in dienst zijnde ambtenaren die een ambt of bediening bekleeden waaraan eene bezoldiging van ƒ 1B0.— 'smaands en daarboven is verbonden, beschouwd als te hebben voldaan aan de bepalingen van artikel 7.

Artikel 23.

Zij die ambten of bedieningen bekleeden, waaraan eene bezoldiging beneden / 150.— 'smaands is verbonden, komen dan alleen in aanmerking voor een hooger bezoldigd ambt of bediening wanneer zij alsnog het diploma verkrijgen van een voldoend afgelegd examen.

Artikel 24.

Het tegenwoordig besluit treedt in werking te rekenen van en met den eersten Januari) 1864. Met dat tijdstip zijn alle vroegere verordeningen nopens het benoemen en het ontslaan van ambtenaren voor de burgerlijke dienst in Nederlandsch-Indië buiten werking gesteld.

Onze Minister van Koloniën is belast met de uitvoering dezes, waarvan, tot kennisneming, afschrift zal worden gezonden aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken en aan den Baad van State.

PROGRAMMA voor het examen, ingevolge artikel 7 van het Koninklijk beslnit van door de aspirant-ambtenaren voor Ifederlandsch-Indiê af te leggen.

Voor ambtenaren bij hel algemeen bestuur.

I". De land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië,

2e. De grondbèginselen der Javaansche of Soendasche en Maleische talen,

3". De Nederduitsche taal-, stijl- en letterkunde,

4". De Fransche en Engelsche taal- en letterkunde,

8". Het reglement op het beleid der regering van Nederlandseh-Indië en de voornaamste koloniale verordeningen,

6e. De beginselen der stelkunst tot aan de vergelijkingen van den tweeden graad,

7e. De beginselen der meetkunst omvattende de vlakke figuren en de figuren in de ruimte,

8e. De gronden der natuurkunde,

9e. De beginselen der kosmographie, 10". Die der staathuishoudkunde en statistiek, lle. De aardrijkskunde, 12'. De geschiedenis,

13e. De beginselen der handelswetenschappen, daaronder het boekhouden, 14". Het hand teekenen.

Voor ambtenaren bij het binnenlandsch bestuur.

1*. De land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië,

2e. De grondregelen der Javaansche of Soendasche en Maleische talen,

3'. De Nederduitsche taal-, stijl- en letterkunde.

4e. Do Fransche en Engelsche taal* en letterkunde.

8e. Het reglement op het beleid der regering van Nederlandsch-Indië en de voornaamste koloniale verordeningen.

6e. De beginselen der stelkunst tot aan de vergelijkingen van den tweeden graad.

7e. De beginselen der meetkunst omvattende de vlakke figuren en de figuren in de ruimte,

7°. De platte driehoeksmeting,

38

Sluiten