Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ad. 3. Om te voldoen aan de eischen verrat in hel programma voor het examen, bedoeld bij Koninklijk besluit van 29 Augustus 1883 (Staatsblad n°. 133) en nader omschreven bij Ministerieele beschikking van 30 Augustus 1883 n°. 48 werd voor belanghebbenden aan de Delftsche gemeentelijke Indische Instelling vroeger een cursus van 2 jaren voldoende geoordeeld tot het erlangen der daarvoor noodige kennis. Sedert ruim een jaar is die cursus een driejarige geworden. Twee jaren bleken dus niet voldoende om, hetgeen noodig was om te voldoen aan het vigeerend programma, grondig te leeren. Zeker niet ten onrechte.

Ternauwernood echter is de cursus verlengd, of men wil de leerstof vermeerderen door opname van een nieuw vak (kennis van den inhoud der in Nederlandsch-Indië vigeerende wetboeken), en door de kennis van beide in den Archipel meest verbreide talen, in stede van eene dier beide naar keuze van belanghebbenden, verplicht te stellen. Komt het hiertoe, dan ligt het voor de hand, dat het spoedig blijken zal, dat een cursus van drie jaren weder niet toereikend is, maar een vierjarige noodzakelijk, evenals trouwens aan de Delftsche Academie, toen de kennis van het Javaansch en Maleisch nog gelijkelijk verplicht was voor het eindexamen, de cursus ook vierjarig was.

Nu zou dit geen overwegend bezwaar zijn, als het voor de vorming van goede ambtenaren werkelijk noodig ware de leerstof zoozeer uit te breiden, maar waar dit laatste, althans wat de kennis van Javaansch en Maleisch beide betreft, mag betwijfeld worden, verdient ook de mogelijke uitbreiding van studietijd ter wille daarvan, geene aanbeveling, vooral ook omdat de voorbereiding tot de Indische ambtenaars-loopbaan door langere studie kostbaarder en dus die loopbaan zelve voor minder door de fortuin begunstigden moeilijker toegankelijk wordt.

Met de ondervinding bovendien aan de Indische Instelling opgedaan, dat een driejarige cursus voor de studie, vereischt om aan het tegenwoordig examen-programma te voldoen, noodig is, mag toch veilig aangenomen worden, dat bij beduidende uitbreiding daarvan, zooals voorgesteld wordt, óf eene nieuwe verlenging van den cursus zal moeten volgen, óf de studie (ook die der talen) gehaast, en daardoor oppervlakkig zal worden.

Het vorenstaande zal, naar ondergeteekende hoopt, voldoende zijn tot moliveering zijner uitgebrachte slem tegen het voorstel om de Maleische en Javaansche talen beide als verplichte vakken in het programma voor het groot-ambtenaarsexamen op te nemen.

Vrees dat, zoo eene dier talen naar keuze van belanghebbenden verplicht blijft, de meeste examinandi Maleisch zullen kiezen behoeft niet te bestaan, al valt het niet te ontkennen, dat toch, in het vorig en in dit jaar van den voor den burgerlijken dienst uitgezonden ambtenaren, naar verhouding een kleiner aantal dan voorheen zich op het Javaansch toelegden, en een grooler aantal onvoldoende, of geen kennis van die taal bezaten.

De oorzaak toch daarvan, ligt voor de hand. De aspiranten vernamen, dat in vorige jaren meer dan een uitgezonden ambtenaar, die alleen in het Maleisch voldaan had, toch op Java werd geplaatst. De kennis van de Javaansche taal scheen dus voor eene plaatsing op Java geene conditio sine qua non.

Nu is de studie van het Maleisch gemakkelijker dan die van het Javaansch. Niets natuurlijker dus dau dat het aantal aspirant-ambtenaren, dat zich toelegde op het moeielijker Javaansch, verminderde, nu de over het algemeen geprefereerde plaatsing op Java daarvan niet absoluut afhankelijk scheen.

Laat echter de Regeering er consequeut de hand aan houden op Java slechts die ambtenaren te plaatsen, die voldaan hebben aan de eischen voor de kennis der Javaansche taal in het examen-programma gesteld en weldra zal het aantal, dat zich op die taal toegelegd heelt, toenemen. Behoudens zeer enkele uitzonderingen toch van jeugdige ambtenaren, die den dienst op de Buitenbezittingen verkiezen, prefereert de meerderheid plaatsing op Java, zoowel om het aangenamere sociale leven als om de, althans in de laatste jaren snellere bevordering tot en met den rang van assistent-resident.

Blijkt het examen in het Javaansch of in het Maleisch naar keuze van belanghebbenden verplicht, dan zou het evenwel toch kunnen voorkomen dat b. v. in een jaar meer candidaten slaagden die in het Maleisch voldaan hadden, dan er voor plaatsing op de Buitenbezittingen noodig waren, en minder, die afdoende bewijzen hunner kennis van 't Javaansch gegeven hadden, dan de behoefte voor de vacatures in het corps ambtenaren op Java eischte en zoude de Regeering daardoor (zooals misschien reeds het geval geweest is) genoodzaakt kunnen worden, om ambtenaren die geen Javaansch kennen toch op Java te plaatsen.

Dit zoude voorkomen kunnen worden door ieder jaar tijdig bekend te maken hoevele ambtenaren voor Java en hoevele voor de Ruitenbeziltingen zullen worden uitgezonden, evenals zulks thans voor besturende en rechterlijke ambtenaren zonder nadere aanduiding plaats heeft.

Dan kunnen zij, die de studie der Javaansche taal verkiezen, zeker zijn alleen voor plaatsing op Java te concurreeren, en zij die alleen zich op het Maleisch toeleggen weten dat eene plaatsing bij het Binnenlandsch Bestuur op Java in geen geval voor hen weggelegd is. Die vrijwillig zich aan het examen in beide talen onderwerpen en ook blijken geven van beide voldoende kennis te hebben, zouden door de Regeering, zoo mogelijk rekening houdende met hunne keuze, óf op Java óf op de Ruitenbeziltingen geplaatst kunnen worden.

De bureau-ambtenaren kunnen zonder bezwaar genomen worden uit alle ambtenaren, zoowel die in het Javaansch, als die in het Maleisch zullen voldaan hebben, en onverschillig of zy tot de bestuurs- of tot de rechterlijke ambtenaren behooren.

41

Sluiten