Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGISTER

OP DE BELANGRIJKSTE IN DE NOTA BEHANDELDE ONDERWERPEN.

Afdeeling B van Gymnasium Willem III. Oprichting van — blz. 70. De Directeur van Binnenlandsch Bestuur van

Vleuten acht opheffing van — wenschelijk in belang van den Staat doch niel in dat der particulieren, blz. 103. De — moet behouden blijven, blz. 106, 110, 113. Opheffing van — wenschelijk geacht door de Kamerleden Cremer en Lewsohn Norman, blz. 120, den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid van der Kemp, blz. 122—125, niet wenschelijk geacht door den Gouverneur-Generaal Pijnacker Hordijk, blz. 121, 131, den Minister Keuchenius, blz. 121, den Directeur van Binnenlandsch Bestuur Mr. Kuneman, blz. 125—129 en den Minister Bergsma, blz. 132.

Algemeene ontwikkeling. Een breede grondslag van — moet voorafgaan aan de studie der Indische wetenschappen, blz. 52. Categorieën van personen wier — gelijkgesteld kan worden met die van hen die

eindexamen Hoogere Burgerschool gedaan nebben, blz. 75. Waarborgen voor — bij de regeling van 1893, blz. 119.

Algemeene Secretarie. Voorstel tot opleiding van ambtenaren Binnenlandsch Bestuur aan de —, blz. 20. Voorstel om de geschiktheid van alle bureau-ambtenaren voor de hoogere rangen te doen beoordeelen ter —, blz. 84, 85.

Ambtenaren Binnenlandsch Bestuur. Het corps — behoort eene keurbende te zijn, blz. 6. Het corps — behoort

gezuiverd te worden van ongeschikte elementen, blz. 7. Speciale eischen gesteld aan de —, blz. 8, 9. Examen voor de — blz 10. Taalkennis geëischt van de —, blz. 12. De — moeten in volle mate vertegenwoordigers der Europeesche beschaving zijn, vooral ter verzekering van ons overwicht over de Inlandsche bevolking, blz 54. Hooge eischen die aan de — gesteld moeten worden, blz 56. De keuze der — slaat in nauw verband tot Nederlands bestaan als koloniale mogendheid, blz. 63. Aan de — moeten zwaarder eischen gesteld worden dan aan de bureau-ambtenaren, blz. 64. Veelomvattende werkkring van de — blz. 73. Plaatsing der — naargelang van de talen waarin zij geËxamineerd zijn, blz. 102, 105, 108, 110, 112. Het corps — is nog geen keurbende (Minister van Dedem), blz. 116. Splitsing der ambtenaren Binnenlandsch Bestuur in die bestemd voor Java en voor de Buitenbezittingen, niet uitvoerbaar, blz. 117, 118. Regelen in acht genomen bij de plaatsing der —, blz. 154, noot.

Benoembaarheid (der Oost-Indische ambtenaren). Eischen van — gesteld in 1825, blz. 1, 5. Regeling van 1842, blz. 27, Bijlage E. Grieven tegen die regeling, blz. 38. Gedachtenwisseling over artikel 42 (later 49) Begeeringsreglement betreffende de — der Oost-Indische ambtenaren, blz. 47. De — moet bij Koninklijk besluit geregeld worden, blz. 55. Aandrang om de — by de wet te regelen, blz 57. De — besproken door den Minister Fransen van de Putte, blz 58. Het criterium van — moet zijn een goed afgelegd examen, blz. 59. Ontwerp van den Minister Uhlenbeck op de —, blz. 63, Bijlage G. Bepalingen op de — van 1864 en toelichting van den Minister Fransen van de Putte, blz. 66—69, Bijlage H. Beginselen van de nieuwe regeling, blz 70. Wijzigingen, blz. 80.

Bureau-ambtenaren. Behoeven niet aan dezelfde eischen te voldoen als de ambtenaren Binnenlandsch Bestuur, blz.

64. Afzonderlijke examens voor —, blz. 65, 86, 88. Voorstel om — met een zeker aantal dienstjaren toe te laten tot het groot-ambtenaarsexamen, blz. 76, 77, 83. — behoeven geen Javaansch te kennen, blz. 81. Vrees voor gebrek aan — in de hoogere rangen, blz. 81, 82. De beste waarborgen voor goede — gelegen in toewijding en plichtsgevoel van de chefs, blz. 82. Vrijstelling van — van het groot-ambtenaarsexamen, blz. 83, 85. Voorstel om de geschiktheid der — voor de hoogere rangen te doen beoordeelen ter Algemeene Secretarie, blz. 84, 85.

Delftsche Academie. Oprichting eener Indische afdeeling aan de — blz. 25. Beginselen gevolgd bij het leerprogramma dezer afdeeling, blz. 30—32. Grieven tegen de — blz. 38, 46. Bespreking der — in de Tweede Kamer, blz. 46. Oordeelvellingen over het onderwijs aan de —, blz. 48, 49, 57, 59. Maatregelen om den toeloop van leerlingen naar de — te bevorderen, blz. 50. Weder ingetrokken, blz. 51. Opheffing — blz. 51, 62.

42

Sluiten