Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGLEMENT op het gebruik van Stoomketels in Ned.-lndië.

(Javasche Courant No. 26, 2 April 1909).

HOOFDSTUK I.

Van de vergunning tot het gebruik van stoomketels.

Artikel i.

1. Tot het gebruik van een stoomketel, waaronder in dit reglement wordt verstaan elk toestel, ingericht om stoom voort te brengen, die tegen de wanden eene grootere drukking dan die van den dampkring uitoefent, is vergunning noodig van den Hoofdingenieur van het Stoomwezen.

2. Gelijke vergunning is' noodig voor het gebruik van oververhitters, welke toestellen, waar het geldt de toepassing der artikelen 2 t. m. 7 en 21 t. m. 57 van dit Reglement, geacht worden deel uit te maken van de ketels, waarmede zij in verbinding staan.

HOOFDSTUK II.

Van het in gebruik stellen van stoomketels.

Art. 2.

1. Hij, die een tot gebruik in Nederlandsch-Indië bestemden stoomketel heeft ontworpen, kan de teekening van dien ketel ter goedkeuring aanbieden, in Indië aan den Hoofdingenieur van het stoomwezen, in Nederland aan den gecommitteerde van dien dienst bij het Ministerie van Koloniën.

2. Bij het daartoe in te dienen verzoekschrift worden overgelegd een calque in duplo, dam wel een calque en een afdruk daarvan, met ingeschreven maten, op een schaal niet kleiner dan 1 :i2, en eene opgave van de materialen waaruit de ketel zal worden vervaardigd. In geval de gevraagde goedkeuring wordt verleend, wordt een der beide calques, c.q. de overgelegde afdruk, gewaarmerkt, aan den verzoeker teruggezonden.

3. Eene hetzij in Nederland, hetzij in Indië verleende goedkeuring kan te allen tijde door den Hoofdingenieur van het stoomwezen ingetrokken worden. Van die intrekking wordt den betrokkene terstond kennis gegeven, onder mededeeling van de redenen, welke daartoe hebben geleid; zij is niet van toepassing op ketels, die reeds in aanbouw zijn op het tijdstip, waarop vorenbedoelde kennisgeving den betrokkene bereikt.

Sluiten