Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de gevallen, bedoeld bij !artikel 25 alinea's 2 en respectievelijk bovendien; ~ J'

h. dë gebreken of afwijkingen, welke verbeterd of weggeno men moeten worden, en den termijn, die daarvoor wordt toegestaan;

de toegelaten afwijkingen en de bijzondere voorwaarden, welke aan de indienststelling zijn verbonden.

' Art. 29.

1. De akten van vergunning moeten zorgvuldig worden bewaard en óp aanvrage van de daartoe bevoegde autoriteit worden vertoond of beschikbaar gesteld.

2. Is de akte \erloren geraakt, dan wordt die op aanvrage vain belanghebbende of op aartwijzing van den daartoe bevoegden'ambtenaar, die de vermissing constateerde, vernieuwd.

3. Voor dusdanig vernieuwde akte is, behalve het zegelgeld, verschuldigd eene som van ƒ25, ten ware, ten genoegen vafi den Hoofdingenieur van het stoomwezen, mocht worden aangetoond dat de vermissing is te wijten aan overmacht.

Art. 30.

De gebruikers van stoomketels aan wie voorwaardelijke vergunning is verleend, overeenkomstig het bepaalde bij het 2e lid van artikel 25, zijn verplicht zoodra de in de vergunningsakte omschreven gebreken of afwijkingen zijn verbeterd of weggenornen, daarvan schriftelijk kennis te geven aan den Hoofdingenieur van het stoomwezen, door tusschenkomst van den betrokken ingenieur van dien dienst.

Art. 31.

1. Wanneer de vergunning geweigerd is, heeft de belanghebbende het recht binnen 14 dagen na ontvangst der in het vijfde lid van artikel 25 bedoelde kennisgeving, daartegen zijne bezwaren in te brengen bij den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken.

2. Worden de bezwaren aannemelijk bevonden, dan beveelt de Directeur dat de ketel door een ander ambtenaar of deskundige opnieuw zal worden onderzocht en beproefd.

3. Het bepaalde bij de artikelen 23, 24 en 25 van dit reglement, is ook toepasselijk op het onderzoek en de beproeving in het vorige lid bedoeld.

4. Geeft het vernieuwde onderzoek aanleiding om de door belanghebbende ingebrachte bezwaren ongegrond te verklaren, dan wrordt bij de weigering volhard en hiervan aan den belanghebbende kennis gegeven.

Art. 32.

De Hoofdingenieur van het stoomwezen zendt in het begin van de maanden Januari en Juli van elk jaar aan de Hoofden van gewestelijk bestuur eene opgave van de in het afgeloopen semester voor hun gewest afgegeven vergunningsakten tot het gebruik van stoomketels.

Sluiten