Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. dat alle deelen van den ketel, zoo van binnen als van buiten, benevens de rookgangen voldoende gereinigd zijn;

b. dat de ketel genoegzaam afgekoeld zij, om het onderzoek mogelijk te maken;

c. dat, indien de ketel in verbinding is met een of meer onder stoom zijnde ketels, de stoom-, spui- en voedingsleidingen worden afgesloten op de wijze als in artikel 2 sub 14 van het veiligheidsreglement (Staatsblad 1905 No. 521) is voorgeschreven.

Art. 40.

1. De ambtenaren, met het toezicht op de stoomketels belast, zijn bevoegd de door hen ter verzekering van de veiligheid der ketels en van de naleving der bepalingen van dit reglement noodig geoordeelde maatregelen voor te schrijven.

2. Blijkt hun dat de met de bediening der ketels belaste personen daarvoor de noodige geschiktheid missen, dan kunnen zij vorderen, dat dezen van de bediening ontheven worden.

3. In de gevallen, bedoeld bij het eerste en tweede lid van dit artikel, wordt den gebruikers een termijn gesteld binnen welken aan de 'daarin bedoelde beslissingen moet worden gevolg gegeven.

4. Achten de gebruikers zich door die beslissingen bezwaard, dan kunnen zij binnen zeven dagen, door tusschenkomst van den lastgever, hunne bezwaren inbrengen bij den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken.

5. Aan de beslissing van den Directeur, waarvan geen hooger beroep is toegelaten, voldoen zij binnen den nader door dezen gestelden termijn.

6. Zoodra aan de gegeven voorschriften is voldaan geven de gebruikers daarvan schriftelijk kennis aan den Hoofdingenieur van het stoomwezen, door tusschenkomst van den betrokken ingenieur van dien dienst.

Art. 41.

1. De beproevingen van stoomketels, welke plaats hebben na die voor de ingebruikstelling, geschieden op de wijze, als in het 3e en 4e lid van artikel 5 van dit reglement is bepaald, terwijl zoo noodig, een onderzoek als bedoeld bij artikel 6 van dit reglement mede kan gevorderd worden.

"2. Is degene, die den stoomketel beproeft, van oordeel dat deze onder de vroeger toegestane drukking niet meer veilig kan werken, dan deelt hij den 'gebruiker, onder opgaaf van redenen, mede welke drukking voor het verdere gebruik kan worden toegestaan. Aan deze beslissing geeft de gebruiker onmiddellijk gevolg.

3. Geeft de gebruiker het verlangen te kennen, om den ketel onder de aangegeven mindere drukking te gebruiken, dan draagt

Sluiten