Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Ontploffingen.

Art. 46.

1. Van de ontploffing van een stoomketel geeft de gebruiker onverwijld kennis aan het Hoofd van plaatselijk bestuur.

2. Van de ontploffing van een stoomketel, behoorende tot een stoomvaartuig of tot een voertuig te land, geschiedt de kennisgeving aan het Hoofd van bestuur van de plaats, waar het vaartuig ligt of het eerst binnenloopt, of waar het voertuig zich bevindt.

3. Het Hoofd van plaatselijk bestuur neemt, zoodra hij van de ontploffing kennis krijgt, de noodige maatregelen, opdat ter plaatse van het ongeval alles, tenzij daaruit gevaar kunne ontstaan, Zooveel mogelijk in onvéranderden toestand blijft totdat het in het volgend lid bedoeld onderzoek aanvangt, en doet van het gebeurde, zoowel rechtstreeks al door tusschenkomst van het Hoofd van gewestelijk bestuur, mededeeling aan den betrokken ambtenaar, belast met het toezicht op de stoomketels.

4. Door dezen wordt ten spoedigst een plaatselijk onderzoek ingesteld.

Art. 47.

1. Het onderzoek heeft ten doel te bepalen of die ontploffing het gevolg is van :

ie. van verzuim of nalatigheid, dan wel van verwaarloozing van voorschriften omtrent het gebruik van stoomketels, van de zijde des gebruikers, of, wanneer deze bewijst het zijne te hebben gedaan om de naleving van die voorschriften te verzekeren, van de zijde van den persoon, met de bediening van den ketel belast;

2e. van opzettelijke handelingen van derden.

2. Van dit onderzoek wordt door den dienstdoende ambtenaar op zijn ambtseed een proces-verbaal in tweevoud opgemaakt, bevattende zoo mogelijk eene duidelijke en bepaalde verklaring omtrent de oorzaak van het ongeluk. Een exemplaar daarvan wordt onverwijld ingediend aan den ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de bevoegde rechtbank, en het andere aan den Hoofdingenieur van het stoomwezen, die dadelijk na de ontvangst van dat stuk de voor den ontploften ketel verleende vergunning intrekt.

3. De Hoofdingenieur van het stoomwezen zendt den gebruiker afschrift van dit proces-verbaal.

HOOFDSTUK V.

Van het uit te oefenen politietoezicht op de naleving der bepalingen van dit reglement.

Art. 48.

1. Behalve de ambtenaren, die met het opsporen van misdrijven en overtredingen in het algemeen belast zijn, zijn de ambte-

Sluiten