Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkzaamheden wenschelijk, de aandeelhouders percentsgewijze moeten bij betalen. Deze wet bestaat helaas hier niet, omdat men er hier nog weinig verstand van heeft en toch zou zij noodig zijn. Men zou dan wel voorzichtiger zijn bij de keuze der Directieleden. Evenwel is deze wet voor de mijnbouw bijna eene levensvraag, daar het dikwerf kan voorkomen, dat het geld verbruikt is, eer men succes heeft behaald, terwijl soms de bijbetaling van weinige gelden voldoende zou zijn om het suces te behalen.

Alleen in Ned. Indië hoorde ik, dat het als een preferentie kan beschouwd worden, om, als het geld op is zonder dat er resultaten behaald zijn, te mogen bijpassen. Overal elders wordt dit als het tegendeel beschouwd.

,,Aber was nützt dem Neger die Seife,

Was dem Dammen weiser Rath."

Al is de zaak nog zoo goed, de leiding evenwel niet in deskundige handen of wordt er niet met de noodige energie opgetreden, dan is mijnbouw een bodemlooze put.

Elk succes berust op ethische oorzaken. Zoo is ook, wil men slagen bij mijnbouw, het eerste en gewichtigste de persoon, die met de leiding belast is, daarna eerst komt de zaak, en eindelijk de gereedschappen, resp. het geld.

Wat nu het finantieele aangaat, zoo hebben wij gezien, dat bij de Gran Placer voor inbreng gevraagd is f 4x6,666 in aandeelen en / 875.000 in contanten. Er zijn bovendien f 300,000 als verlies te beschouwen, zoodat de geheele concessie eigenlijk ƒ 1391.666 kost. Daartegenover staat de Lapoe Placer met / 800.000 in aandeelen. In het gunstigste geval zal bij de Gran Placer de winst 13% en in het ongunstigste geval bij de Lapoe Placer 25%; zijn.

De inbrengers van de Lapoe Placer ontvangen alleen geld als er succes wordt behaald. Zij ontvangen dus niet, even als de inbrengers van de Gran Placer hunne verdiensten in contanten van het publiek. Een Holl. Effectenblad noemt nu de condities van de Gran Placer „Gunstig," maar hoe

Sluiten