Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

De Boeddhisten beweren dat de asch van den Boeddha onder acht steden verdeeld en daar begraven werd, en dat koning Asjora weder zeven van die grafplaatsen deed openen en de heilige asch, in 84000 metalen of kristallen of steenen vazen verdeeld, door 't gansc.he rijk en daarbuiten deed verspreiden en onder grafheuvels of stöepa's bewaren.

Wij weten reeds dat met dezen koning de eigenlijke geschiedenis van 't Boeddhisme, in de derde eeuw vóór onze jaarstelling, aanvangt en dat nu nog in verschillende deelen van vóór-Indië bewaard gebleven en op zijn last gebeitelde rotsinschriften daarvan een onwraakbaar getuigenis geven (1). En nu moge dat getal van 840Ü0 overdreven zijn — 't feit dat de Boeddhisten toen reeds, overal waar ze zich vestigden, kleine hoeveelheden asch of been, die zij voor overblijfsels van 't lijk van den Boeddha hielden, onder aarden of steenen grafheuvels bewaarden en als relikwiën van den grooten Meester vereerden, is door vele nog bestaande en geopende graven bewezen geworden (2).

Waar dus Boeddhisten een gemeente stichtten, daar werd

(!) Zie noot I, blz. 7. 't Onbekende, zeer oude letterschrift werd eerst na een jaren achtereen voortgezette studie door den indoloog Princeps ontcijferd en gelezen.

(2) In een tempel te Kandy op Seilon wordt een tand bewaard die, ofschoon van dierlijken oorsprong, een vroegeren in een brand verongelukten z. g. Boeddha-tand vervangen heeft en als zoodanig verzorgd en gehuldigd wordt; de Dalada, en de heiligste pagode van dat eiland, de Thoeparcima. bezit een van 's meesters sleutelbeenderen, altijd volgens de bewering der geloovigen, en zeker met evenveel recht als de katholieken de echtheid van hun vele relieken van Jezus en van de apostelen handhaven.

Sluiten