Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering voorgesteld, werkplan (i), opgebroken en de benedenhelft van den buitenmuur des tempels ontbloot werd, vonden we, onder 't zware stelsel van lijsten en banden, dat nu voor een deel weder als een schoone sokkel op 't door ons betreden buitenterras rust, een reeks van 160 meer dan halfverheven beeldwerken, wier bestaan tot voor weinige jaren onbekend was, en die onder hun met zorg aangebrachte bedekking grootendeels \rij gaai bewaard zijn gebleven. Zij zijn toen overeenkomstig mijn voorstel op kosten der Regeering door den hoffotograaf Gkphas in lichtdruk afgebeeld en voor 't onderzoek der archaeologen toegankelijk gemaakt (J).

t Blijkt dus dat het eerste buitenterras tweemalen tegen den ondersten ringmuur aan opgehoogd is geworden, en wel vóórdat ook de t laatst ontworpen beeldwerken afgewerkt waren. En dit moet dan door de Boeddhisten zelf uitgevoerd zijn, denkelijk om den ganschen zwaren bouw een vasteren steun te geven (3).

Maar wij keeren tot het door ons beklommen terras terug. \ roeger moet dit met een zware opengewerkte borstwering omgeven zijn geweest, waarvan geen spoor meer overgebleven is (*).

(!) Zie o. a. de Notulen van 't Koninklijk Instituut voor de Taal- Land, en Volkenkunde v. N. ƒ., 1887, bl- XCIV en vv.

(i) Aan een blijvende ontblooting kon niet gedacht worden. Zij zou, om den ganschen bouwval niet te doen instorten, te kostbare en den tempel al te erg ontsierende steunwerken vereischt hebben.

(3J Boven de eerst ontdekte van deze beeldwerken vonden wij korte op--of juister: inschriften in oud-javaansche letters, zeer ruw en oppervlakkig, inden steen gekrast. Deze beeldwerken en opschriften gaven mij aanleiding om door t Bestuur der door mij voorgezeten Vereeniging de ontblooting van den ganschen tempel voet, op de eenige wijze die den bouwval zelf niet in gevaar kon brengen, aan de Regeering voor te stellen; onder overlegging van een raming van kosten, door mij met den ingenieur der Staatsspoorwegen Hubenet en den fotograaf Cephas op ƒ 9600.— gesteld. Dit voorstel werd door de Regeering goedgunstig aangenomen, die daarvoor de noodige gelden op de begrooting van 1890 uittrok. Pas uit Nederland teruggekeerd, bezocht ik den bouwval in Oktober van dat jaar, en vond den arbeid toen in vollen gang.

(4) Volgens Leemans' tekst is't langs elk der zijden 104,90 M. lang; volgens plaat IV van zijn werk echter 114 M. en volgens den plattengrond op plaat III 103 M.. De cijfers van dat werk zijn dus niet volkomen juist.

Sluiten