Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t Gebeurde toen dat de koning zich met zijn vrouwen in dat bosch kwam verlustigen en, terwijl dezen zich in een beek baadden, in slaap viel.

Ontwakend zag hij hen niet meer. Zij waren naar den kluizenaar afgedwaald en luisterden vol aandacht naar diens prediking. Duar vond hen de vertoornde koning en hij waagde 't den prediker een leugenaar en een huichelaar te schelden" en hem met zijn zwaard te bedreigen. Maar de wijze bleef kalm, en nu hieuw de tiran, door de smeekbeden zijner vrouwen nog meer verbitterd, den vromen leeraar, die geen andere vrees kende dan dat men van den koning zou kunnen zeggen dat hij een, onschuldige gedood had, handen, ooren, neus en voeten af.

De gemartelde leed meer door zijn smart om 's konings val, dan door zijn wonder, maar toen de euveldader zich van den stervende verwijderde, zag hij den grond zich vóór hem openen en stortte hij in de vlammenbrakende diepte neer.

De verschrikte hovelingen meenden dat de kluizenaar zelf hun meester aldus gestraft had, en ze smeekten hem om genade, en stervende zegent de arme hen en zijn moordenaar wiens ondergang hem onbekend gebleven was.

We zien op 10 den koning in zijn slaap en hem op 't hoekbeeld op weg gaan om zijn vrouwen te zoeken. Waarschijnlijk geven 1 en 1 na den (eersten) hoek (W. L., 105 en 106) slechts de terugkeerende vrouwen te zien.

Tweede hoek, 5 (W. L., 111).

Dit beeld brengt ons wederom in tegenwoordigheid van een wereldschen koning, den ongeloovigen vorst van Wideha, die in onrecht leefde en alle vrome deugden verzaakte. De Heer leefde toen als dewarshi (een wijze onder de hemellingen) in de brahmaloka, en daalde van daar op de aarde neder om den ongeloovigen heerscher te bekeeren. Even zeker als dit leven door andere levens voorafgegaan is —zegt hij — zullen andere levens er op volgen. Dan spreekt hij van de folteringen der

Sluiten