Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De li trisoela's doen weder aan Sjiwa denken, misschien als KaLA, den god van den dood, den alvernielenden tijd.

Leemans meent deze voorstelling met een bizondere gebeurtenis of, in algemeenen zin, met helsche straffen in verband te moeten brengen. Mij kwam 't laatste aannemelijk voor en ik noemde dit beeldwerk daarom zuiver symboliek.

De koning van Siam noemde 't een voorstelling van de hel. Boeddha ziet de hel.

Nog twee beelden aan den achterwand der vierde en hoogste galerij, die slechts 20 hoeken en 24 behouwen muurvakken heeft, en we kunnen de ommuurde terrassen verlaten.

Ik bedoel vooreerst 't zeven-en-vijftigste ('t derde na de noordertrav)- Daar troont een Boeddha in een tempel, waarboven rechts een vlammende tjakra en links een maansikkel op lotuskussens aan den hemel zweven. En dan nog t zeventigste (1vijfde hoek. 2), dat een dergelijke voorstelling geeft, maar waarbij de tjakra door de zonneschijf zelf vervangen is. (*•).

Men kan wel geen sprekender getuigenis verlangen van de eenheid van tjakra en zonneschijf, en van 't verband tusschen den Boeddha en de beide hemellichamen, of tusschen Wishnoe en den Boeddha en. met andere woorden, tusschen Boeddhadienst en zonnedienst.

Volledigheidshalve vermeld ik nog dat aan den achterwand dezer galerij vele beeldwerken voorkomen, ^waarop meer dan vijf, tot achttien Boeddha's tegelijk afgebeeld zijn.

Verder, dat ieder der onder ons liggende terrassen ongeveer 3 meters hooger ligt dan 't voorgaande en daarmede door trappen van gemiddeld 10 treden verbonden is.

Verder dat elke galerij tusschen de muren omstreeks 2 M. breed is en die muren P/2 M. dik zijn.

(1) Op 't veertiende beeldwerk van den voorwand dezer galerij zijn de zon en de maan met zeven sterren (planeten ?) afgebeeld.

Sluiten