Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behalve enkele andere voorwerpen (x), een Boeddhabeeld aan 't licht gebracht, dat in grootte met alle andere, maar in houding der handen met die der oostelijke benedenmuren overeenkomt. Dat dit beeld niet is afgewerkt kan niet aan een toeval of aan ontijdige storing van den arbeid geweten worden want de dagob zelf, waarin 't geheel weggesloten was en die dus later afgebouwd moet zijn, was wèl voltooid.

't Moet dus opzettelijk in dien toestand gelaten zijn; maar dat men daarmede bedoeld zou hebben den toekomstigen (vijfden) Boeddha, nog in staat van wording, voor te stellen, is niet aannemelijk. Een toekomstige, nog niet bestaande Boeddha kan niet door een half afgewerkt beeld verzinnelijkt worden. Toekomstige Boeddha's werden bovendien als Bodhisatwas in bepaalden vorm en houding afgebeeld en door eigen attributen gekenmerkt.

De stelling zou trouwens de bestaande raadsels niet oplossen, maar wel nieuwe raadsels scheppen; en wij komen daarmede niet verder. Misschien is de verklaring van 't feit veel eenvoudiger. Wellicht werd het onnoodig geacht een beeld, dat voor altijd weggesloten en dus nooit meer gezien zou worden, zoo nauwkeurig af te werken als anders geschied zou zijn en met de andere beelden geschied is. Deze verklaring is, dunkt mij, nog al natuurlijk.

Wat beteekenen nu die verschillende Boeddha's'?

Men kan die beelden volgens de houding der handen in ces, volgens andere gegevens in drie groepen verdeelen. Geen meer en geen minder.

(i) Een metalen vaasje met deksel (en vermoedelijk eenmaal een weinig asch) en eenige munten en nog een metalen beeldje. Ook in de putten van andere Hindoetempels op Java vonden wij urnen met lijkasch en munten o anc e

voorwerpen van edel metaal of enkele gekleurde edele steentjes, d.e symbolisch

desafitaratna of zeven schatten vertegenwoordigen,die men dendooden nh o-raven meegaf. Zie mijn geschriften over Parambanan ^ tjandi Idjo t laatste i >t Tijdschrift voor Indische laai, Land- en volkenkunde van 1888.

Sluiten