Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boeddha voorstelt, in betrekking tot de wereld, die misschien door de onder hem geplaatste beeldwerken vertegenwoordigd werd, dan kan men, ongeveer zooals Wilsen en Leemans reeds deden, in de aan die wereld onttrokken en daarboven verheven beelden der ronde boventerrassen den Boeddha als Arahat, in een hoogeren toestand van reinheid of heiligheid, wellieht reeds in 't nirwana, zien, en eindelijk in den geheel door den grooten middendagob omsloten en dus onherroepelijk van de wereld gescheiden Boeddha 't parinirwdna vermoeden, dat is: de volkomen oplossing in 't oneindige niet-zijn; de dood zonder wedergeboorte en 't einddoel van alle leven (i).

Want die dagob was een gesloten graf, dat wellicht eenmaal de vaas bevatte, waarin de overblijfselen van den werkelijk gestorven Boeddha voorondersteld werden te rusten: de asch van den grooten wijze, den smetteloozen leeraar. den prediker van 't nirwana-, een vingergreep stof van den goddelijken Meester, den verlosser van allen, die leven en lijden, die denken, gevoelen en sterven.

De heer Groeneveldt, de meest bevoegde kenner onzer Hindoe-oudheden in Indië. zag in 't onvoltooide beeld van den middendagob een voorstelling van den Adi-Boeddha, en ik erken, dat deze zienswijze dat beeld in zijn volkomen afgezonderde plaatsing volkomen zou verklaren, zoo geen andere bezwaren daartegen aangevoeld konden worden. Maar die ontbreken niet. Vooreerst de houding der handen, die op den tweeden Dhjani-Boeddha wijst of een anderen bepaalden zin moet hebben. Dan de onpersoonlijkheid van den onstoiïelijken Adi-Boeddha, die door geen persoonlijken vorm kan voorgesteld worden. In Nepal en Tibet beeldt men hem daarom niet af, maar stelt men hem voor door een symbool; een cirkel of wel een paar oogen (2).

(1) Analogen van deze drie groepen zijn mij van elders niet bekend, en

m'J9n v"kl"mg 15 dus niet meer dan een onbewezen stelling, die onjuist kan zijn.

,fe DFIELD'S Scetches from Nipal, bl. 90 en 157 en de platen tegenover bl 219 en 260 van 't tweede deel.

Sluiten