Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nullen, die arm geworden zijn buiten eigen schuld, moet er «ene behoorlijk georganiseerde armenzorg zijn, maar daaruit volgt nog niet, dat de staat alleen haar moet organiseeren. Niemand vindt het een schande uit eene openbare kas onderstand te ontvangen. Menigeen zal zich zooveel mogelijk inspannen om niet in de noodzakelijkheid te komen bij de kerk of bij particulieren aan te kloppen, maar wie bij den staat aanklopt, maakt zich zelf' zeer spoedig wijs, dat hij slechts het geld terug ontvangt, dat hij zelf in de schatkist heeft gestort, De kerkelijke armenzorg, die tot nu toe hoofdzaak was, moet dus hoofdzaak blijven. Daarnaast staat die der particuliere vereenigingen, die minder stelselloos werkt dan de individueele armenzorg. Dan volgt de individueele armenzorg en dan eerst, in de laatste plaats, die van de overheid. Deze treedt alleen op als de andere genoemde krachten te kort schieten. Zij deelt zoo min mogelijk zelf onderstand uit, maar moet toch wel zorgen, dat de particuliere en kerkelijke krachten behoorlijk samenwerken. Wat er in eene bepaalde gemeente gewoonlijk ontbreekt is een centraal register, dat niet openbaar behoeft te zijn, maar dat geraadpleegd moet kunnen worden, door allen, die zich met armenzorg bezighouden. Uit dat register moet ieder de gegevens kunnen putten, die'hij noodig heeft 0111 met beleid en oordeel te helpen, maar de roomsche armbesturen weigeren gewoonlijk elke inededeeling. De overheid alleen kan hier dus helpen en elkeen dwingen de gegevens te verschaffen, die voor de samenstelling van dat register noodig zijn. Zij doet dat reeds eenigszins ten behoeve van de samenstelling deikiezerslijsten en heeft dus nog slechts verder te gaan op een reeds ingeslagen weg. Er is tegenwoordig minder armoede dan vroeger. De bekende geschiedschrijver en geleerde Mr. de Bosch Kemper heeft dat overtuigend aangetoond. De uitbreiding van het verzekeringswezen de vermindering van het aantal oorlogen, de betere hygiënische toestanden en de betere vervoermiddelen hebben hongersnood en epidemie nagenoeg doen verdwijnen.

De cijfers der spaarbanken vooral zijn bemoedigend, maar toch blijft er nog veel te doen over. Een goede organisatie van de armenzorg is ook nu nog een groot staatsbelang. Herziening der armenwet is noodig om dat doel te bereiken, maar die

Sluiten