Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht heeft hij altijd misbruikt. Het burgerlijk huwelijk bevrijdde het land dus van priesterheerschappij en stelde in landen met eene gemengde bevolking ook de protestanten in staat een wettig huwelijk aan te gaan. Het kerkelijk huwelijk was ook voor de roomsche kerk een bron van groote inkomsten, van daar ook, dat de rooinschen nog steeds tegen het burgerlijk huwelijk ijveren, maar de (J. H. Kiezersbond moet het bestaande tot eiken prijs handhaven. De tegenwoordige verhouding tusschen burgerlijk en kerkelijk huwelijk voldoet aan alle billijke eischen. Een huwelijk kan niet tweemaal gesloten worden. Een knoop, die reeds gelegd is, kan niet nogmaals gelegd worden, voordat hij eerst is losgemaakt. Het zoogenaamd kerkelijk huwelijk kan dus nooit iets meer zijn dan eene inzegening, want reeds ten stadhuize is het huwelijk voltrokken. De roomschen zijn derhalve openlijk wederspannig tegen de wetten des lands, wanneer zij de jonggehuwden, die in de kerk verschijnen, slechts als verloofden, en niet reeds als gehuwden erkennen. Ook zonder godsdienstige plechtigheid is het huwelijk burgerlijk wettig, maar dit standpunt des wetgevers strijdt volstrekt niet met den goddelijken oorsprong van het huwelijk, daar niemand door de wet wordt belet, de godsdienslige zijde des huwelijks tot haar volle recht te doen komen.

e. Militaire rechtspleging.

De militaire rechtspleging eischt dringend herziening. De militaire wetboeken zijn geheel verouderd. De rechtspositie van den soldaat is zeer onzeker. In naam der discipline wordt hij veel te veel aan willekeur overgeleverd. Toch is het daarom nog niet noodig, de afzonderlijke militaire rechtspleging af te schaffen en alle overtredingen van militairen, ook die een zuiver militair karakter dragen, als insubordinatie en dergelijke, voor den gewonen burgerlijken strafrechter te brengen. Afzonderlijke militaire rechters moeten er blijven, maar burgerlijke rechtsgeleerden moeten aan de militaire rechtspraak deel hebben en de wetboeken moeten zoodanig verbeterd worden, dat niet alleen de eischen van de discipline, maar ook die van het recht behoorlijk behartigd worden.

Sluiten