Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het volk zelf. Eene kern van beroepssoldaten is wellicht onmisbaar, maar de groote massa moet uit burgers bestaan, die tijdelijk militaire plichten vervullen. Dienen is geen schande, maar een eer, geen last maar een voorrecht. Niemand moet de taak, om de vrijheid en de onafhankelijkheid te verdedigen, aan anderen willen overlaten, zoolang hij die zelf kan vervullen. Elk weerbaar man moet op de eene of andere wijze als het noodig is, mee kunnen werken tot verhooging van de weerkracht des lands. Alleen dan kan ook een klein volk onoverwinnelijk zijn. Het Zwitsersche stelsel is wellicht niet in elk opzicht voor Nederland geschikt. Het land moet zijn eigen nationaal, Nederlandsch stelsel hebben, maar dat stelsel kan alleen op den grondslag, niet alleen van den persoonlijken, maar ook van den algemeenen dienst, oefen- of weerplicht zijn gebouwd. Thans is de opvoeding van dien aard, dat het materiaal voor een volksleger ontbreekt. Van eene behoorlijke physieke opvoeding is er nog geen sprake, omdat aan de hersenen veel te hooge eischen worden gesteld. Zoolang ook zij, die zich zelf buiten het leger geoefend hebben, niet recht hebben op korteren diensttijd, zal de prikkel, om aan vrijwillige wapenoefeningen deel te nemen, ontbreken.

Herziening van de onderwijswetten is dus even noodig, om tot het volksleger te geraken, als herziening der legerwetten, maar zoo langzamerhand komt er verbetering en eenmaal zal de tijd komen, dat elk Nederlander zich schamen zal, niet als hij dienen moet, maar als hij niet geschikt of niet waardig wordt gekeurd om soldaat te zijn.

f. Militaire lasten.

De ontstane lasten moeten zooveel mogelijk gelijk worden verdeeld, De thans aanhangige legerwetten vergen alles van de oudgedienden. Wie eenmaal in het leger gediend heeft, komt reeds om die reden bij de landweer, terwijl zij, die eenmaal vrijgeloot zijn, verder ook van alle militaire lasten af zijn. Dat is niet rechtvaardig. Bij de legerreserve behooren alle weerbaren te worden ingelijfd. Alleen voor de geestelijken en bedienaren van den godsdienst en voor hen, die uit den aard hunner betrekking vrij zijn, mag men

Sluiten