Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEGEL-ORDONNANTIES.

(Stbl. 1885 No. 131 en 132; 1886 No. 25; 1892 No. 148 en 260; 1893 No. 112; 1894 No. 38 en 280; 1897 No. 54. en 1898 No. 171).

Art i. Onder den naam van zegelrecht wordt eene belasting geheven van alle akten en andere geschriften, voorzien van een of meer geschreven of door middel van een stempel gestelde handteekeningen of andere daarvoor in de plaats tredende waarmerken en bestemd om bewijs op te leveren,

zoomede van verzoekschriften (in welken vorm ook. zelfs in dien van brieven of memoriën) gericht aan de Regeering, aan landsdienaren of op hoog gezag ingestelde colleges.

Art. 2. Het zegelrecht van de akten van aanstelling of bewijzen van verhooging van bezoldiging, uit te reiken aan burgerlijke ambtenaren, die benoemd of bevorderd zijn of wier bezoldiging is verhoogd,

bedraagt één percent, te berekenen:

in geval van eerste aanstelling, over de bezoldiging voor één jaar; anders, over hetgeen de bezoldiging voor één jaar de hoogste vroeger genotene overtreft.

Onder burgerlijke ambtenaren en onder bezoldiging wordt verstaan wie en wat als zoodanig beschouwd wordt volgens de bepalingen op het verleenen van pensioen.

Art. 3. Het zegelrecht van de minuten der akten van hypotheekstelling of van verband van schepen, verleden voor commissarissen uit de raden van justitie, presidenten van landraden of andere daarvoor aangewezen ambtenaren, bedraagt één half percent van het bedrag of de geschatte waarde, waarvoor de hypotheek of het verband wordt gevestigd.

Art. 4. Het zegelrecht van de minuten der akten van over

Sluiten